Cock van der Loo Spelregelcup 2013-2014

De Cock van der Loo Spelregelcup 2013-2014 was het eerste seizoen van het nieuw opgezette clubkampioenschap spelregels. Onderstaand vindt u alle spelregelvragen uit de gespeelde ronden in de spelregelcup terug. De Cock van der Loo spelregelcup vindt plaats op enkele ‘Champions league-dinsdagen’ na de groepstraining bij OJC Rosmalen. Deelname is ook digitaal mogelijk, antwoorden kunnen ingestuurd worden naar voorzitter@covsdenbosch.nl.

Ronde 1

Vraag 1 :
Hoeveel namen van wisselspelers mogen in het amateurvoetbal op het wedstrijdformulier staan?

A. Maximaal 3

B. Maximaal 5

C. Maximaal 7

 

Vraag 2 :

Een doelverdediger wordt bij het wegwerken van de bal gehinderd door een aanvaller, die de ontwijkende bewegingen van de doelverdediger volgt. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

A. Hij zal laten doorspelen.

B. Hij onderbreekt het spel, toont de aanvaller een gele kaart wegens hinderen en hervat met een indirecte vrije schop.

C. Hij onderbreekt het spel, toont de aanvaller een gele kaart wegen aanvallen van de doelverdediger en hervat met een directe vrije schop.

 

Vraag 3 :

Nadat vlak voor de doellijn de bal met de voet met veel moeite is afgeweerd door een verdediger, wordt de bal door zijn doelverdediger gevangen. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Strafschop.

B. Doorspelen.

C. Indirecte vrije schop.

 

Vraag 4 :

Een speler heeft het speelveld verlaten om zijn schoeisel in orde te maken. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij het spel onderbreekt, omdat deze speler zonder toestemming het speelveld weer betreedt?

A. De speler ontvangt een vermaning en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

B. De speler ontvangt een waarschuwing en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de zijlijn waar hij speelveld betrad.

C. De speler ontvangt een waarschuwing en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was, toen de scheidsrechter het spel onderbrak.

 

Vraag 5 :

Bij de zijlijn slaat een verdediger opzettelijk de bal voor een aanvaller weg en voorkomt zo dat deze aanvaller een aanval kan gaan opzetten. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Hij onderbreekt het spel en laat hervatten met een directe vrije schop.

B. Hij onderbreekt het spel, toont de verdediger de gele kaart en hervat met een directe vrije schop.

C. Hij onderbreekt het spel, toont de verdediger de rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop.

 

Ronde 2

Vraag 1: Bij het nemen van een indirecte vrije schop binnen het eigen doelgebied bevinden zich nog meerdere tegenstanders binnen het strafschopgebied. De nemer besluit de bal te nemen waardoor de tegenstanders geen tijd genoeg hebben om dit gebied te verlaten. Wat beslist de scheidsrechter?

A: Hij laat gewoon doorspelen.

B: Hij onderbreekt het spel en laat opnieuw hervatten met een indirecte vrije schop door verdedigende partij.

C: Hij laat alleen doorspelen indien de tegenstanders op tenminste 9,15 meter staan.

 

Vraag 2: Welk lichaamsdeel telt niet mee bij het beoordelen of iemand strafbaar buitenspel staat?

A: Arm

B: Been

C: Borst

 

Vraag 3: Bij het nemen van de strafschop wordt de doelverdediger misleidt omdat de nemer zijn aanloop halverwege even onderbreekt. Wat beslist de scheidsrechter als de nemer vervolgens de bal in het doel schiet?

A: Hij laat de strafschop overnemen en toont de nemer een gele kaart wegens onsportief gedrag.

B: Hij laat de strafschop overnemen.

C: Hij kent het doelpunt toe, omdat de schijnbeweging geoorloofd is.

 

Vraag 4: Een speler die behandelt is aan een blessure wacht aan de zijlijn op toestemming om het speelveld te betreden. Vanaf achter deze plek achter de zijlijn spuwt hij naar een tegenstander die binnen het speelveld loopt. Wat beslist de scheidsrechter als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

A: Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.

B: Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de bal waar de tegenstander stond.

C: Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.

 

Vraag 5: Wat wordt in de spelregels bedoelt met ‘de doelverdediger heeft de bal in bezit’?

A: De bal in de handen houden, het opzettelijk ‘pareren’ van de bal en het ‘laten dansen’ van de bal op de hand.

B: De bal in de handen houden, het opzettelijk ‘pareren’ van de bal, het ‘laten dansen’ van de bal op de hand, het met één of enkele vingers vasthouden van de bal op de grond liggend.

C: De bal in de handen houden, het opzettelijk ‘pareren’ van de bal, het ‘laten dansen’ van de bal op de hand, het met één of enkele vingers vasthouden van de bal op de grond liggend en het op de vlakke hand liggen van de bal.

Ronde 3

Vraag 1: Tijdens het spel ziet de scheidsrechter dat een vervangen speler vanuit de dug-out een bidon gooit naar een tegenstander die binnen het veld loopt. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?
A: Hij stuurt de vervangen speler weg en hervat met een scheidsrechtersbal op de zijlijn zo dichtbij mogelijk bij de plaats van de overtreding.
B: Hij toont de vervangen speler de rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenstander op de plaats waar de bal was toe hij het spel onderbrak.
C: Hij toont de vervanger speler de rode kaart en hervat het spel met een directe vrije trap op de plaats op de plaats waar de bal was toe hij het spel onderbrak.

Vraag 2: De scheidsrechter ziet bij een hoekschop dat de tijd van de eerste helft is verstreken. Wat zal hij nu moeten beslissen?
A: Hij laat de hoekschop nemen en fluit voor de rust als de hoekschop zijn uitwerking heeft gehad.
B: Hij laat de hoekschop niet nemen en fluit onmiddellijk af voor de rust.
C: Hij laat de hoekschop nemen en fluit af op het moment dat de bal wordt getrapt.

Vraag 3: Op het moment dat de scheidsrechter bezig is de z.g. muur op de juiste afstand te zetten wordt de bal door een aanvaller plotseling in het doel geschoten. Wat beslist de scheidsrechter als de bal op de juiste plek stil lag toen de bal werd geschoten?
A: Hij zal het doelpunt goedkeuren
B: Hij zal het doelpunt afkeuren en de vrije schop opnieuw laten nemen.
C: Hij zal het doelpunt afkeuren en hervatten met een doelschop.

Vraag 4: Een aanvaller is achter de doellijn in de netruimte van het doel van de tegenpartij terechtgekomen. Terwijl hij daar stil op de grond ligt wordt de bal in het doel geschoten. Wat moet de scheidsrechter beslissen als er verder geen overtredingen zijn begaan.
A: Hij keurt het doelpunt af omdat de netruimte behoort tot het speelveld.
B: Hij keurt het doelpunt af omdat een aanvaller in de netruimte altijd in strafbare buitenspelpositie is.
C: Hij keurt het doelpunt goed omdat de aanvaller het spel niet beïnvloed.

Vraag 5: Tijdens een strafschoppenserie maakt een gewisselde speler vanuit de dug-out een grove beledigende opmerking naar de assistent-scheidsrechter. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen als hij hiervan op de hoogte wordt gesteld?
A: Hij zal de gewisselde speler de rode kaart tonen.
B: Hij zal dit voorval moeten melden bij de KNVB want hij kan tijdens de strafschoppenserie geen kaart meer tonen aan een gewisselde speler.
C: Hij zal de gewisselde speler een gele kaart tonen.
D: Hij zal geen kaart tonen omdat hij dit niet zelf heeft waargenomen.

Ronde 4

Vraag 1: De scheidsrechter onderbreekt het spel, nadat hij een verdediger het speelveld zag verlaten en een wisselspeler die zich aan het warm lopen was spuwde. Hoe zal de scheidsrechter nu moeten handelen ?
A. Hij toont de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal nabij de zijlijn.
B. Hij toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
C. Hij toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Vraag 2: De scheidsrechter onderbreekt het spel en stuurt een speler van het speelveld, omdat hij opzettelijk een scheenbeschermer vanuit het speelveld naar een wisselspeler in de dug-out gooide. Hoe zal het spel hervat moeten worden ?
A. Met een scheidsrechtersbal
B. Met een directe vrije schop
C. Met een indirecte vrije schop

Vraag 3: Op het moment dat een aanvaller nabij de zijlijn een verdediger wil passeren, wordt hij aan zijn arm vastgehouden door deze verdediger. Gelijktijdig geeft de aanvaller de verdediger een elleboogstoot. Wat zal de scheidsrechter moeten beslissen, nadat hij hiervoor het spel heeft onderbroken en hij geconstateerd heeft dat beide overtredingen gelijktijdig werden gemaakt ?
A. Hij toont beide spelers een gele kaart en hervat het spel met een directe vrije schop voor de verdedigende partij.
B. Hij toont de aanvaller een rode kaart en de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.
C. Hij toont beide spelers een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Vraag 4: De assistent-scheidsrechter steekt zijn vlag omhoog om aan te geven dat de bal de zijlijn geheel gepasseerd heeft. Voordat de scheidsrechter echter kan affluiten, ziet de scheidsrechter dat een verdediger binnen zijn strafschopgebied een tegenstander slaat. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn ?
A. De scheidsrechter toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een strafschop.
B. De scheidsrechter toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een inworp.
C. De scheidsrechter toont de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een inworp.

Vraag 5: Bij een hoekschop wordt de bal hoog voor het doel, buiten het doelgebied, geplaatst. De rechterspits springt op om de bal te koppen. Ook de doelverdediger wil de bal wegstompen. Bij de hieruit voortvloeiende onopzettelijke botsing raakt de doelverdediger uit balans en de bal verdwijnt in het doel. De scheidsrechter moet nu:
A. De hoekschop laten overnemen.
B. Een doelpunt toekennen.
C. Indirecte vrije schop tegen de rechterspits toekennen.

Ronde 5

Vraag 1: Tijdens een correct genomen indirecte vrije schop, schiet een speler de bal snel met opzet voorzichtig tegen een tegenstander aan die vlak voor de bal staat, om de bal nogmaals te kunnen spelen. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen ?
A. Hij laat gewoon doorspelen.
B. Hij toont de nemer een gele kaart en laat de vrije schop overnemen.
C. Hij toont de nemer een gele kaart en kent een indirecte vrije schop toe voor de tegenstander.

Vraag 2: Terwijl het spel onderbroken is, beledigt een uitgewisselde speler vanuit de dug-out de scheidsrechter. Wat moet de scheidsrechter beslissen ?
A. Hij geeft opdracht om de uitgewisselde speler achter de omrastering te laten plaatsnemen.
B. Hij toont de uitgewisselde speler de rode kaart.
C. Hij toont de uitgewisselde speler de gele kaart.

Vraag 3: Een speler die behandeld is aan een blessure wacht aan de zijlijn op toestemming om het speelveld te betreden. Vanaf deze plek achter de zijlijn spuwt hij naar een tegenstander die binnen het speelveld loopt. Wat beslist de scheidsrechter als hij hiervoor het spel heeft onderbroken ?
A. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.
B. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond in het veld.
C. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond in het veld.

Vraag 4 : Een speler meldt zich om tijdens de wedstrijd een strafschop te nemen. Als aan alle voorwaarden is voldaan geeft de scheidsrechter een fluitsignaal, dat de strafschop genomen mag worden. De nemer loopt langzaam achteruit alsof hij een aanloop wil gaan nemen en stelt zich op net buiten het strafschopgebied. Plotseling loopt een medespeler van de nemer het strafschopgebied in en trapt de bal in het doel. Wat moet de scheidsrechter beslissen ?
A. Doelpunt goedkeuren en de speler die de bal had neergelegd een gele kaart tonen.
B. Strafschop over laten nemen en de speler die de bal had neergelegd een gele kaart tonen.
C. Strafschop over laten nemen en de medespeler die de bal trapte een gele kaart tonen.

Vraag 5 : Tijdens een strafschoppenserie raakt de doelverdediger bij de tweede strafschop zodanig geblesseerd dat hij niet verder kan spelen. Mag hij nu worden vervangen door de reserve doelverdediger als men nog geen drie wisselspelers heeft gebruikt ?
A. Neen, een van de overige spelers zal het doel moet verdedigen.
B. Ja, in dit geval mag hij worden vervangen door de reserve doelverdediger.
C. Ja, alleen wanneer beide aanvoerder hiermee akkoord gaan.

Ronde 6

Vraag 1: De scheidsrechter constateert dat de speeltijd is verstreken. Voordat hij kans ziet om het eindsignaal te geven, ziet hij nu dat een verdediger binnen zijn eigen strafschopgebied een aanvaller slaat. Wat zal de scheidsrechter nu doen ?
A. De wedstrijd als beëindigd beschouwen en toont de verdediger een rode kaart.
B. De wedstrijd als beëindigd beschouwen.
C. De slaande speler wegzenden door het tonen van een rode kaart en de wedstrijd
verlengen voor het nemen van de strafschop.

Vraag 2: Een directe vrije schop, even buiten het strafschopgebied in het voordeel van de verdedigende partij, wordt teruggeplaatst op de doelverdediger. De scheidsrechter staat in de baan van het schot, waardoor de bal van richting verandert en in het doel verdwijnt zonder dat iemand anders de bal raakt. Wat beslist de scheidsrechter ?
A. Aftrap na geldig doelpunt.
B. Doelschop.
C. Hoekschop.

Vraag 3: Nadat de scheidsrechter het spel alweer heeft hervat, merkt hij het signaal van zijn assistent pas op en hoort, nadat hij hiervoor het spel heeft onderbroken, dat voor de hervatting een speler zijn tegenstander heeft geslagen. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen ?
A. Hij toont de slaande speler een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal
B. Hij toont de slaande speler een rode kaart en hervat met een directe vrije schop.
C. Hij toont de slaande speler een rode kaart en hervat met een directe vrije schop of
strafschop.

Vraag 4: Wanneer de scheidsrechter, nadat een doelpunt is gescoord en voordat het spel is hervat, constateert dat een wisselspeler als extra persoon in het veld stond bij het team dat het doelpunt scoorde, zal hij;
A. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een doelschop.
B. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn.
C. Het doelpunt goedkeuren.

Vraag 5: Een wisselspeler (12e speler) loopt het speelveld op. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft alles zien gebeuren. Hoe reageert hij ?
A. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.
B. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een strafschop.

Ronde 7

Vraag 1 :
Een directe vrije schop wordt rechtstreeks op het doel geschoten. De doelverdediger staande op de doellijn, slaat met een bidon die hij in zijn hand heeft de bal over het doel. Wat beslist de scheidsrechter ?
A. De scheidsrechter toont de doelverdediger een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop vanaf de (5½ m) lijn van het doelgebied.
B. De scheidsrechter toont de doelverdediger een rode kaart en hervat het spel met een strafschop.
C. De scheidsrechter toont de doelverdediger een rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop vanaf de (5½ m) lijn van het doelgebied.

Vraag 2 :
Bij de zijlijn houdt een verdediger opzettelijk een aanvaller aan zijn shirt vast en voorkomt zo dat deze aanvaller een aanval kan gaan opzetten. Wat beslist de scheidsrechter ?
A. Hij onderbreekt het spel, toont de verdediger een gele kaart en hervat met een directe vrije schop.
B. Hij onderbreekt het spel geeft de verdediger een berisping en hervat het spel met een directe vrije schop.
C. Hij onderbreekt het spel, toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop.

Vraag 3 :
In het strafschopgebied krijgt de scheidsrechter de bal hard in zijn gezicht en komt daardoor ten val. Als hij een paar seconden later weer is opgestaan ziet hij dat de bal in het doel ligt. Hoe moet hij nu handelen ?
A. Een doelpunt toekennen.
B. De assistent-scheidsrechter vragen wat hij heeft waargenomen en dan een beslissing nemen.
C. Op de plaats waar hij de bal in het gezicht kreeg een scheidsrechtersbal geven.

Vraag 4 :
Een verdediger mag een directe vrije schop nemen net buiten zijn eigen strafschopgebied. Hij neemt de vrije schop door de bal vanaf de grond met de knie naar zijn doelverdediger te spelen, die de bal vervolgens oppakt. Wat moet de scheidsrechter beslissen ?
A. Hij laat het spel doorgaan en neemt geen maatregelen.
B. Hij toont de verdediger de gele kaart en laat de vrije schop overnemen.
C. Hij toont de doelverdediger de gele kaart en laat de vrije schop overnemen.
D. Hij toont de verdediger de gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte
vrije schop voor de andere partij op de plaats waar de verdediger de vrije schop met de knie speelde.

Vraag 5 :
Welke vorm van reclame is toegestaan binnen de instructiezone ?
A. Reclamelogo van de thuisspelende partij
B. Reclameloge van de KNVB
C. Geen enkele vorm van reclame

Ronde 8

Vraag 1:
Wanneer de scheidsrechter, nadat een doelpunt is gescoord door team A en voordat het spel is hervat, constateert dat zich een wisselspeler van team A, op het speelveld ingreep in het spel toen het doelpunt werd gescoord, moet de scheidsrechter ?
A. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een indirecte vrije schop vanaf elk willekeurig punt binnen het doelgebied te nemen door de verdedigende partij.
B. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een scheidsrechtersbal op de (5½ m) lijn van het doelgebied.
C. Het doelpunt goedkeuren en een gele kaart tonen aan de wisselspeler.

Vraag 2 :
De doelverdediger ligt in geslagen positie. De rechtsachter die op de doellijn staat, weet een doelpunt te voorkomen door de bal uit het doel te slaan. Hij slaat echter de bal precies voor de voeten van een aanvaller die de bal nu wel in het doel weet te schieten. Hoe dient de scheidsrechter nu te handelen ?
A. Directe vrije schop en de overtreder wegzenden door het tonen van de rode kaart.
B. Doelpunt toekennen en de overtreder wegzenden door het tonen van de rode kaart.
C. Doelpunt toekennen en de overtreder waarschuwen door het tonen van een gele kaart.

Vraag 3 :
Een wisselspeler (12e speler) loopt zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft alles zien gebeuren. Hoe zal hij moeten reageren ?
A. Hij fluit af, toont de wisselspeler een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.
B. Hij fluit af, toont de wisselspeler een rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij fluit af, toont de wisselspeler een rode kaart en hervat met een strafschop.

Vraag 4 :
Bij het nemen van een strafschop stopt de doelverdediger de bal, doch deze stuit van zijn borst en rolt terug voor de voeten van de nemer. Op het moment dat de nemer van de strafschop de bal opnieuw wil spelen, komt er een tweede bal hinderlijk in het veld. Wat moet de scheidsrechter beslissen ?
A. Strafschop overnemen.
B. Indirecte vrije schop voor de verdedigende partij.
C. Scheidsrechtersbal.

Vraag 5 :
Tijdens een strafschoppen serie die uitgevoerd wordt met twee teams van ieder 7 spelers wordt bij de tweede strafschop een speler weggestuurd door het tonen van een rode kaart. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen ?
A. Hij laat de strafschoppenserie vervolgen.
B. Hij staakt de strafschoppen serie omdat een team minder dan 7 spelers heeft.
C. Hij staat een invaller toe en vervolg de strafschoppen serie.

Ronde 9

Vraag 1:
Wat beslist de scheidsrechter als de doelverdediger staande binnen zijn eigen doelgebied de bal hard in het gezicht gooit van een tegenstander die zich een meter achter de doellijn naast het doel bevindt ?
A. Hij toont de doelverdediger een rode kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de (5½ m) lijn van het doelgebied.
B. Hij toont de doelverdediger een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal vanaf de (5½ m) lijn van het doelgebied.
C. Hij toont de doelverdediger een rode kaart en hervat het spel met een hoekschop.

Vraag 2 :
In het amateurvoetbal moet een beslissingswedstrijd gespeeld worden op een neutraal terrein. Beide eerste elftallen hebben echter hetzelfde kleur tenue. Wie moet er nu een ander tenue aantrekken?
A. Dat bepaalt de scheidsrechter.
B. De eerste in het programma genoemde partij.
C. De tweede in het programma genoemde partij.

Vraag 3 :
Een speler hindert een tegenstander die een inworp wil nemen door op minder dan twee meter afstand van de plaats van de inworp te gaan staan. Na een vermaning te hebben gekregen komt de speler toch binnen de twee meter afstand als de inworp wordt genomen. De scheidsrechter fluit en toont de speler de gele kaart. Hoe moet het spel nu worden hervat ?
A. Inworp overnemen.
B. Indirecte vrije schop.
C. Scheidsrechtersbal.

Vraag 4 :
Een fluitsignaal is niet nodig:
A. Om het spel te hervatten bij een vrije schop nadat de scheidsrechter de muur eerst op de juiste afstand heeft gezet.
B. Om het spel te hervatten bij een strafschop.
C. Om een doelpunt aan te geven.

Vraag 5 :
Om een tegenstander te ontwijken, loopt een aanvaller buiten het speelveld langs de zijlijn. Een verdediger die op de zijlijn loopt houdt hem buiten het speelveld vast, waardoor deze aanvaller komt te vallen. Hoe zal het spel hervat moeten worden als het spel hiervoor is onderbroken ?
A. Scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Directe vrije schop op de zijlijn, zo dicht mogelijk bij de plaats van de overtreding.
C. Indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.