Cock van der Loo Spelregelcup 2014-2015

De Cock van der Loo Spelregelcup 2014-2015 was het tweede seizoen van het nieuw opgezette clubkampioenschap spelregels. Onderstaand vindt u alle spelregelvragen uit de gespeelde ronden in de spelregelcup terug. De Cock van der Loo spelregelcup vindt plaats op enkele ‘Champions league-dinsdagen’ na de groepstraining bij OJC Rosmalen. Deelname is ook digitaal mogelijk, antwoorden kunnen ingestuurd worden naar voorzitter@covsdenbosch.nl.

Ronde 1

Vraag 1: De scheidsrechter en zijn assistent hebben niet goed waar kunnen nemen of de bal over de doellijn of over de zijlijn is gegaan nadat de bal het laatst door een verdediger werd gespeeld. Hoe zal het spel nu hervat worden?
A. Het spel zal hervat worden met een hoekschop.
B. Het spel zal hervat worden met een doelschop.
C. Het spel zal hervat worden met een inworp voor de aanvallende partij.

Vraag 2: Uit een doelschop speelt de doelverdediger de bal met een lob rechtstreeks naar een medespeler, die zich buiten zijn het strafschopgebied bevindt. Deze laatste kopt vervolgens de bal naar zijn eigen doelverdediger terug, die de bal daarna met de hand(en) aanraakt. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Doorspelen.
B. Hij toont deze medespeler een gele kaart en hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de z.g. truc door deze medespeler werd uitgehaald.
C. Indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger de bal met de hand aanraakt.

Vraag 3: Bij het nemen van een vrije schop binnen het eigen doelgebied, bevinden zich nog één of meer tegenstanders zich in het strafschopgebied. De nemer besluit de bal snel te nemen terwijl de tegenstanders geen tijd genoeg hebben om dit gebied te verlaten. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij laat gewoon doorspelen.
B. Hij onderbreekt het spel en laat opnieuw hervatten met een vrije schop door de verdedigende partij.
C. Hij laat alleen doorspelen indien de tegenstanders op tenminste 9,15 meter staan.

Vraag 4: Welke vorm van reclame is toegestaan binnen de instructiezone?
A. Reclamelogo van de thuisspelende partij
B. Reclameloge van de KNVB
C. Geen enkele vorm van reclame

Vraag 5: Tijdens de wedstrijd verlaten 2 spelers van team A opzettelijk het speelveld. Wat beslist de scheidsrechter als hierdoor het totaal aantal spelers van team A nu 6 spelers bedraagt?
a. Hij onderbreekt gelijk het spel.
b. Hij past de voordeelregel toe en eindigt de wedstrijd pas als de bal uit het spel is.
c. Hij past alleen de voordeelregel indien hij een strafschop heeft toegekend.

Ronde 2

Vraag 1: Een speler die buiten het speelveld wordt behandeld houdt met zijn voet een bal tegen die over de zijlijn dreigt te rollen. Hierdoor kan een medespeler in het bezit van de bal blijven. Wat zal de scheidsrechter beslissen?
A. Hij toont de speler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop.
B. Hij toont de speler een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.
C. Hij vermaant de speler en hervat met een indirecte vrije schop.

Vraag 2: Een aanvaller is bij een aanval achter de doellijn in de netruimte terecht gekomen. Terwijl hij daar stil op de grond ligt wordt de bal in het doel geschoten. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen indien er verder geen overtredingen zijn begaan?
A. Hij zal het doelpunt afkeuren omdat de netruimte behoort bij het speelveld.
B. Hij keurt het doelpunt altijd goed, omdat hij buiten het speelveld ligt.
C. Hij zal het doelpunt alleen goedkeuren indien deze speler het spel van de tegenstander niet heeft beïnvloed.

Vraag 3: Tijdens het spel onderbreekt de scheidsrechter het spel wegens gevaarlijk spel, omdat een speler te hoogt trapt op het moment dat een tegenstander de bal wil koppen. Hoe wordt het spel hervat als bij het trappen ook de tegenstander licht wordt geraakt?
A. De scheidsrechter zal het spel hervatten met een indirecte vrije schop.
B. De scheidsrechter zal het spel hervatten met een directe vrije schop.
C. De scheidsrechter zal het spel hervatten met een directe vrije schop of strafschop.

Vraag 4: Rondom ieder wedstrijdveld moet een obstakelvrije ruimte in acht worden genomen. Hoe groot moet deze uitloopruimte bedragen?
A. Minimaal 3 meter
B. Minimaal 3,5 meter
C. Minimaal 4 meter

Vraag 5: Bij een strafschoppenserie laat de scheidsrechter de strafschop overnemen. De aanvoerder van de partij die de strafschop moet nemen, wil nu een andere speler als nemer inzetten. Zal de scheidsrechter dit toe mogen staan?
a Ja, zowel de nemer als de doelverdediger mogen nog worden gewisseld.
b Ja, alleen indien beide aanvoerders hiermee akkoord gaan.
c Neen, de nemer mag niet worden gewisseld.

Ronde 3

Vraag 1: Als de scheidsrechter voor rust fluit, beledigt een verantwoordelijk bestuurslid in het amateurvoetbal de scheidsrechter op grove wijze op het speelveld. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
A. Hij stuurt deze persoon definitief van het veld door het tonen van een rode kaart.
B. Hij geeft de aanvoerder opdracht om deze persoon de tweede helft niet meer in de dug-out plaats te laten nemen.
C. Hij stuurt deze persoon definitief van het speelveld.

Vraag 2: Een uitgewisselde speler spuwt vanaf de spelersbank naar een tegenstander die binnen het speelveld loopt. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel en toont de uitgewisselde speler een rode kaart. Hoe zal het spel nu hervat worden?
A. Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Met een directe vrije schop op de plaats waar de tegenstander werd geraakt.
C. Met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

Vraag 3: Een toegekende vrije schop wordt door de doelverdediger vanuit zijn strafschopgebied snel genomen. Zonder dat iemand anders de bal raakt komt hij via de scheidsrechter die buiten het strafschopgebied loopt terug bij de nemer die de bal nu binnen het strafschopgebied in zijn handen neemt. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?
A. Hij laat doorspelen.
B. Hij kent een indirecte vrije schop toe voor de aanvallende partij op de plaats van de overtreding.
C. Hij kent een indirecte vrije schop toe voor de aanvallende partij op de lijn van het doelgebied of op de plaats van de overtreding.

Vraag 4: Wat bepalen de spelregels omtrent de kleur van de bal?
A. De bal moet wit zijn.
B. Bij invallende duisternis moet de bal in elk geval wit zijn.
C. De spelregels bepalen hieromtrent niets.

Vraag 5: Tot welk moment wordt een verdediger die om welke reden dan ook over de doellijn is gestapt, geacht zich op zijn eigen doellijn te bevinden?
A. Tot de volgende onderbreking van het spel.
B. Tot de aanval is afgeslagen.
C. Tot de aanval is afgeslagen en hij zich niet direct met het spel bemoeid.

Ronde 4

Vraag 1: Een aanvaller heeft zich achter de zijlijn teruggetrokken om zich aan strafbaar buitenspel te onttrekken. Hij loopt het speelveld in en probeert de bal, buiten het strafschopgebied te spelen op het moment dat de bal na een schot op het doel van de doelpaal terugkomt. Moet de scheidsrechter hier nog ingrijpen?
A. Ja, hij toont deze speler een gele kaart en laat hervatten met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal werd gespeeld door deze speler.
B. Ja, hij toont deze speler een gele kaart en hervat met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.
C. Ja, hij toont deze speler een gele kaart en hervat met een scheidsrechtersbal op de zijlijn.

Vraag 2: Een aanvaller scoort uit buitenspelpositie, doordat een verdediger zich zonder toestemming van de scheidsrechter geblesseerd achter de doellijn naast het doel had teruggetrokken. Wat beslist nu de scheidsrechter?
A. Hij keurt het doelpunt goed.
B. Hij keurt het doelpunt alleen af als hij er van overtuigd is dat de verdediger geblesseerd is.
C. Hij keurt het doelpunt af wegens buitenspel.

Vraag 3: Tijdens de wedstrijd verlaten 2 spelers van team A opzettelijk het speelveld. Wat beslist de scheidsrechter als hierdoor het totaal aantal spelers van team A nu 6 spelers bedraagt?
A. Hij onderbreekt gelijk het spel.
B. Hij past de voordeelregel toe en eindigt de wedstrijd pas als de bal uit het spel is.
C. Hij past alleen de voordeelregel indien hij een strafschop heeft toegekend.

Vraag 4: Een wisselspeler (12e speler) loopt het speelveld op. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft alles zien gebeuren. Hoe dient hij te reageren?
A. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.
B. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij fluit af, zendt de wisselspeler van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een strafschop.

Vraag 5: Een elftalleider in het A.V. komt nabij de middenlijn het speelveld in en beledigt op een grove wijze de scheidsrechter. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet hij nu verder handelen?
A. De scheidsrechters stuurt de elftalleider naar de reservebank terug en hervat met een
scheidsrechtersbal.
B. De scheidsrechter stuurt de elftalleider van het veld en hervat met een scheidsrechtersbal.
C. De scheidsrechter stuurt de elftalleider van het veld door het tonen van een rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.

Ronde 5

Vraag 1: Wanneer mag de doelverdediger bij het nemen van de strafschop van zijn lijn stappen?
A. Nadat de nemer met zijn aanloop is begonnen.
B. Nadat de bal is getrapt.
C. Nadat de bal een afstand gelijk aan zijn omtrek heeft afgelegd.

Vraag 2: De nemer van de hoekschop legt de bal voor het grootste gedeelte buiten de kwartcirkel. De scheidsrechter moet nu:
A. Een directe vrije schop aan de verdedigende partij toekennen.
B. De bal zodanig laten leggen dat hij niet buiten de lijnen uitsteekt.
C. De hoekschop laten nemen.

Vraag 3: Een speler werpt de bal bij een inworp op onjuiste wijze in, doch, omdat de bal bij een tegenstander terecht komt die binnen het speelveld staat, laat de scheidsrechter doorspelen omdat deze aanvaller een mooie scoringskans heeft. Handelt de scheidsrechter hier juist?
A. Ja, hij kent de voordeelregel toe.
B. Neen, de tegenpartij moet nu inwerpen.
C. Neen, de inworp moet worden overgenomen door dezelfde partij.

Vraag 4: Wanneer de scheidsrechter, nadat een doelpunt is gescoord en voordat het spel is hervat, constateert dat een wisselspeler als extra persoon in het veld stond bij het team dat het doelpunt scoorde, zal hij;
A. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een doelschop.
B. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn.
C. Het doelpunt goedkeuren.

Vraag 5: Een elftalleider in het A.V. komt nabij de middenlijn het speelveld in en beledigt op een grove wijze de scheidsrechter. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet hij nu verder handelen?
A. De scheidsrechters stuurt de elftalleider naar de reservebank terug en hervat met een scheidsrechtersbal.
B. De scheidsrechter stuurt de elftalleider van het veld en hervat met een scheidsrechtersbal.
C. De scheidsrechter stuurt de elftalleider van het veld door het tonen van een rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.

Ronde 6

Vraag 1: De aanvoerder van één der teams kan de wedstrijd wegens een blessure niet voortzetten. Geen van zijn teamgenoten wil zijn functie overnemen. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij vraagt een bestuurslid om er één aan te wijzen.
B. Hij laat gewoon doorspelen.
C. Hij staakt de wedstrijd.

Vraag 2: Een veldspeler speelt net buiten zijn eigen strafschopgebied een vrije trap terug op zijn doelverdediger. Omdat hij de bal verkeerd raakt en een aanvaller nu de bal kan spelen, speelt hij de bal voor de tweede keer in paniek zodanig dat de bal rechtstreeks over de eigen doellijn verdwijnt. Op welke wijze kan het spel nu hervat worden?
A. Met een hoekschop of aftrap na geldig doelpunt.
B. Met een indirecte vrije schop of aftrap na geldig doelpunt
C. Met een indirecte vrije schop of scheidsrechtersbal

Vraag 3: Een speler hindert een tegenstander die een inworp wil nemen door op minder dan twee meter afstand van de plaats van de inworp te gaan staan. Na een vermaning te hebben gekregen komt de speler toch binnen de twee meter afstand als de inworp wordt genomen. De scheidsrechter fluit en geeft de speler een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. Hoe moet het spel nu worden hervat?
A. Inworp overnemen.
B. Indirecte vrije schop.
C. Directe vrije schop.

Vraag 4: Speler A schiet op het doel van de tegenpartij. Op dat moment staat een medespeler buitenspel, maar volgens de scheidsrechter niet strafbaar. Hij laat dan ook doorspelen. De ingeschoten bal stuit via de knie van een verdediger die op de doellijn staat voor de voeten van deze buitenspel staande medespeler, die scoort. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij fluit en geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler de bal ontving.
B. Hij keurt het doelpunt goed en laat hervatten met aftrap na geldig doelpunt.
C. Hij fluit en geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler stond toen speler A op het doel schoot wegens het voordeel trekken uit zijn buitenspelpositie.

Vraag 5: Voor het uitvoeren van de zogenaamde truc wordt een indirecte vrije schop buiten het strafschopgebied toegekend. De scheidsrechter geeft een fluitsignaal, maar vergeet zijn arm in de lucht te steken. De bal wordt vervolgens direct in het doel van de tegenpartij geschoten. Welke beslissing neemt de scheidsrechter als hij zijn fout bemerkt?
A. Doelpunt toekennen.
B. De vrije schop wordt overgenomen, nadat de scheidsrechter heeft laten weten dat hij verzuimd heeft zijn arm omhoog te steken.
C. Doelschop.

Ronde 7

Vraag 1: Een speler heeft het speelveld verlaten om een ander shirt aan te trekken. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij het spel onderbreekt, omdat deze speler zonder toestemming het speelveld weer betreedt?
A. Hij geeft deze speler een berisping.
B. Hij toont deze speler een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de zijlijn.
C. Hij toont deze speler een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was, toen hij het spel onderbrak.

Vraag 2: Als het spel “dood” is, meldt een speler zich correct af. De wisselspeler heeft zich correct aangemeld en wacht bij de zijlijn. Wanneer is deze wissel definitief?
A. Op het moment dat de wedstrijd weer is hervat.
B. Op het moment dat de scheidsrechter toestemming geeft om het spel te hervatten.
C. Op het moment dat de wisselspeler het speelveld betreedt

Vraag 3: Voor aftrap tweede helft constateert de scheidsrechter dat de doelverdediger in de rust een trainingsbroek heeft aangetrokken. Moet de scheidsrechter hier tegen optreden indien hij geen aanmerking heeft over de kleur van het kledingstuk?
A. Neen, een trainingsbroek is een onderdeel van zijn standaarduitrusting.
B. Ja, alleen als er medische reden daarvoor is, mag deze gedragen worden.
C. Ja, alleen bij zeer slechte weersomstandigheden, mag deze gedragen worden.

Vraag 4: Welk lichaamsdeel telt niet mee bij het beoordelen of iemand strafbaar buitenspel staat.
A. Arm.
B. Voet.
C. Schouder.

Vraag 5: Een speler die andere schoenen heeft aangetrokken wacht aan de zijlijn op toestemming om het speelveld te betreden. Vanaf deze plek achter de zijlijn spuwt hij naar een tegenstander die binnen het speelveld loopt. Wat beslist de scheidsrechter als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?
A. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.
B. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij het spel onderbrak.
C. Hij toont de spuwende speler een rode kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de tegenstander stond in het veld.

Ronde 8

Vraag 1: Het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de rand van het strafschopgebied, nadat het spel was onderbroken voor een blessure behandeling. Een speler trapt de bal rechtstreeks uit deze correct uitgevoerde scheidsrechtersbal in het doel, omdat de doelverdediger de bal volledig miste. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?
A. Het spel wordt hervat met een doelschop of hoekschop.
B. Het spel wordt hervat met een aftrap na geldig doelpunt.
C. Het spel wordt hervat met een doelschop of aftrap na geldig doelpunt.

Vraag 2: Bij een blessure onderbreking in de 5e minuut, merkt de scheidsrechter dat een op het wedstrijdformulier opgegeven wisselspeler in de basis opstelling is begonnen zonder dat hij hiervan op de hoogte is gebracht. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?
A. Deze wisselspeler een gele kaart tonen en verder laten spelen.
B. Deze wisselspeler laten meespelen en dit voorval rapporteren aan de bond.
C. Deze wisselspeler laten meespelen, maar wel beschouwen als de eerste wissel.

Vraag 3: Vlak voor het doel krijgt de scheidsrechter de bal in het gezicht. Hij kan het spel niet meer volgen. In die periode wordt een doelpunt gescoord. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij kent het doelpunt toe.
B. Hij raadpleegt de assistent-scheidsrechter en neemt dan een beslissing.
C. Hij geeft een scheidsrechtersbal op die plaats waar de bal hem raakte.

Vraag 4: Wat is er in de Handleiding bepaald over de kleur van de doelpalen?
A. Wit is verplicht
B. Opvallende lichte kleur wordt aanbevolen en de onderste 50cm mag zwart zijn.
C. Het moet wel een opvallende kleur zijn.

Vraag 5: Wanneer de scheidsrechter, nadat een doelpunt is gescoord door team A en voordat het spel is hervat, constateert dat een uitgewisselde speler van team A op het speelveld ingreep in het spel toen het doelpunt werd gescoord, moet de scheidsrechter?
A. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een indirecte vrije schop vanaf elk willekeurig punt binnen het doelgebied te nemen door de verdedigende partij.
B. Het doelpunt afkeuren en hervatten met een scheidsrechtersbal op de (5½m) lijn van het doelgebied.
C. Het doelpunt goedkeuren en een gele kaart tonen aan deze uitgewisselde speler.