Cock van der Loo Spelregelcup 2016-2017

Laatste ronde seizoen 2016-2017. Antwoorden zenden voor 25 juli naar jwillems1957@home.nl

Ronde 10

Vraag 1:
Op het moment dat een speler binnen het speelveld voorbij komt lopen, gooit een gewisselde speler vanaf de bank een voorwerp naar deze speler. Wat moet de scheidsrechter beslissen nadat hij het spel heeft onderbroken?

  1. Disciplinaire straf  1 pnt
    a. geen kaart
    b. gele kaart
    c. rode kaart
  2. Spelstraf/hervatting 1 pnt
    a. scheidsrechtersbal
    b. indirecte vrije trap
    c. directe vrije trap
  3. Plaats van de hervatting 1 pnt
    a. op de zijlijn waar het voorwerp het veld in kwam
    b. daar waar de overtreding plaats vond
    c. op de plaats waar de bal was op moment van onderbreken

Vraag 2:
De doelman heeft de bal zonder probleem gevangen. Een aanvaller staat rustig voor de doelman, zonder deze te hinderen. Als de doelman om deze aanvaller heen wil lopen, glijdt hem de bal uit zijn handen. Hij probeert nog tevergeefs te verhinderen dat de aanvaller in balbezit komt. Hij raakt de bal nog wel met zijn handen aan, maar de aanvaller weet de bal toch in het doel te schieten. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

A. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de doelman op de plaats waar de aanvaller de doelman aanviel
B. Hij kent een doelpunt toe en laat hervatten met een aftrap na een geldig doelpunt
C. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de doelman de bal voor de tweede keer met de handen aanraakte
D. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de doelman op de plaats waar de aanvaller de doelman aanviel. De aanvaller ontvangt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart

Vraag 3:
De bal wordt door de aanvallende ploeg in de richting van het doel geschoten. Een verdediger, die zich geheel achter de doellijn in de netruimte bevindt, slaat de bal uit het doel. De bal heeft hierbij de doellijn niet geheel gepasseerd. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Gele kaart voor de verdediger en een scheidsrechtersbal.
B. Rode kaart voor de verdediger en een scheidsrechtersbal.
C. Rode kaart voor de verdediger en een strafschop voor de aanvallende partij
D. Rode kaart voor de verdediger en een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de lijn van het  doelgebied.

Vraag 4:
De doelverdediger staat nabij de strafschopstip en wil een hoge bal vangen. Hij hoort echter schuin achter zich “los” roepen door een tegenstander, die juist achter de doellijn staat. De doel­verdediger steekt nu geen hand naar de bal uit en deze gaat in het doel. Hoe moet de scheidsrechter het spel nu laten hervatten?

A. Scheidsrechtersbal
B. Aftrap na geldig doelpunt
C. Directe vrije schop
D. Indirecte vrije schop

Vraag 5:
Voordat op het middenveld een directe vrije schop wordt genomen ziet de assistent-scheidsrechter dat een verdediger in zijn eigen strafschopgebied een tegenstander spuwt en steekt de vlag in de lucht. De vrije schop wordt genomen en pas dan reageert de scheidsrechter omdat hij via de headset door de assistent-scheidsrechter wordt geïnformeerd. Hij fluit af en geeft de speler rood. Hoe wordt nu het spel hervat?

A. Directe vrije schop over laten nemen
B. Een nieuwe directe vrije schop
C. Scheidsrechtersbal
D. Indirecte vrije schop

Antwoorden ronde 10

Antwoord 1 Het antwoord op vraag 1 had moeten zijn C-B-C

Antwoord 2 Het antwoord op vraag 2 had B moeten zijn: De aanvaller maakt geen overtreding. De doelman raakt de bal weliswaar tweemaal voordat iemand anders de bal raakt, maar hier mag de voordeelregel worden toegepast. De spelhervatting is dus aftrap na geldig doelpunt

Antwoord 3 Het antwoord op vraag 2  had C moeten zijn: De verdediger maakt zich schuldig aan het ontnemen van een duidelijke scoringskans, en voor de gemaakte handsbal dient de rode kaart te worden getoond. Omdat de bal de doellijn niet geheel was gepasseerd, dient het spel te worden hervat met een strafschop voor de aanvallende partij.

Antwoord 4 Het antwoord op vraag 4 had A moeten zijn: omdat het hier gaat om een overtreding die buiten het speelveld wordt gemaakt, is de spelhervatting een scheidsrechtersbal.

Antwoord  5 Het antwoord op vraag 5 had C moeten zijn: Het spel was inmiddels hervat en pas daarna onderbrak de scheidsrechter het spel. Hij kan nu nog wel een persoonlijke straf geven (dus rood voor de spuwende speler), maar kan niet alsnog een directe vrije schop geven voor deze overtreding, omdat het spel inmiddels was hervat. Na de onderbreking door de scheidsrechter om de kaart te tonen, rest hem slechts hervatting door middel van een scheidsrechtersbal.

 

Spelregelvragen ronde 9.  Antwoorden zenden voor 25 juni 2017 naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1.
Bij een inworp blijft de inwerper zodanig lang met de bal in zijn handen staan, dat de scheidsrechter besluit om te fluiten en hem een gele kaart te tonen wegens tijdrekken. Hoe moet het spel hierna worden hervat?

a. Met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
b. Met een directe vrije schop voor de tegenpartij op de zijlijn.
c. Met een inworp voor dezelfde partij.
d. Met een inworp voor de tegenpartij.

Vraag 2.
Bij een aanval door de tegenpartij stapt een verdediger opzettelijk over de zijlijn, omdat hij denkt, dat je zodoende een aanvaller buitenspel kunt zetten. Nadat de doelman de bal heeft gevangen stapt de verdediger weer het speelveld in.  Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

a. Hij laat doorspelen.
b. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de verdediger het veld in kwam.
c. Hij laat doorspelen en zal de verdediger bij de eerstvolgende onderbreking een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld.
d. Hij onderbreekt en zal de verdediger een gele kaart tonen wegens het zonder toestemming verlaten en betreden van het speelveld. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken.

Vraag 3. Een wisselspeler, die zonder toestemming van de scheidsrechter zijn team heeft gecompleteerd, wordt in het strafschopgebied van de tegenpartij door een tegenstander op een buitensporige wijze tegen de benen geschopt. Op dat moment constateert de scheidsrechter, dat deze wisselspeler zich tegen de regels op het speelveld bevindt. Hoe reageert de scheidsrechter, als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

a. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een indirecte vrije schop tegen de schoppende speler.
b. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een indirecte vrije schop tegen de wisselspeler.
c. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een strafschop tegen de schoppende speler.
d. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat het spel met een scheidsrechtersbal

Vraag 4. Een veldspeler die een tegenstander vasthoudt, moet alleen worden bestraft met een directe vrije schop c.q. strafschop, indien dit:

a. Onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met buitensporige inzet gebeurt.
b. Naar het oordeel van de scheidsrechter gebeurt.
c. Altijd gebeurt.
d. Met twee handen gebeurt.

Vraag 5.
De assistent-scheidsrechter steekt zijn vlag omhoog om aan te geven dat de bal de zijlijn geheel gepasseerd heeft en roept dit ook door de headset. Voordat de scheidsrechter echter kan affluiten, ziet de scheidsrechter dat een verdediger binnen zijn strafschopgebied een tegenstander slaat. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn?

a. De scheidsrechter toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een inworp.
b. De scheidsrechter toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een strafschop.
c. De scheidsrechter toont de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een strafschop.
d. De scheidsrechter toont de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een inworp

De juiste antwoorden ronde 9.

  1. C
  2. C
  3. B
  4. B
  5. A

Spelregelvragen Ronde 8.  Antwoorden zenden voor 25 mei 2017 naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1 :
Wanneer begint de bevoegdheid van de scheidsrechter in het amateurvoetbal om disciplinaire straffen (gele of rode kaart) te geven ?

a. Wanneer de bal de eerste omwenteling heeft gemaakt.
b. Zodra hij het speelveld betreedt om de wedstrijd te laten aanvangen.
c. Zodra hij zijn kleedkamer verlaat om de wedstrijd te laten aanvangen.
d. Zodra hij het speelveld betreedt om aan zijn warming-up te beginnen.

Vraag 2 :
Een aanvaller schiet de bal op het doel. De doelman werpt een volle bidon tegen de bal, waardoor deze niet in het doel gaat. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen ?

a. De doelman wordt wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans c.q. doelpunt van het speelveld gezonden. Het spel wordt hervat met een strafschop.
b. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bidon de bal raakte.
c. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop, op de plaats waar  de doelman stond toen hij de bidon wierp.
d. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een strafschop.

Vraag 3 :
Na een correct genomen doelschop waait de bal terug, waarna hij door de nemer van de doelschop met de handen wordt tegengehouden om een doelpunt te voorkomen. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen ?

a. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop wegens het voor de tweede maal spelen van de bal.
b. Hij laat de doelschop overnemen.
c. Hij kent een strafschop of een indirecte vrije schop toe.
d. Hij kent een strafschop toe en stuurt de speler van het speelveld wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans.

Vraag 4 :
Een aanvaller staat duidelijk in buitenspelpositie, terwijl een medespeler op doel wil schieten. Het schot mislukt en dreigt meters naast het doel over de doellijn te gaan. Omdat zijn partij achter staat wil de doelverdediger de bal in het spel houden en probeert de bal te vangen. De bal glipt echter uit zijn handen en komt voor de voeten van de buitenspel staande aanvaller terecht, die direct scoort. Wat moet de scheidsrechter beslissen ?

a. Hij keurt het doelpunt af en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de plaats waar de aanvaller stond toen hij de bal ontving.
b. Hij keurt het doelpunt af en laat het spel hervatten met een doelschop.
c. Hij keurt het doelpunt af en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de plaats waar de aanvaller stond toen zijn medespeler op doel schoot.
d. Hij keurt het doelpunt goed en laat het spel hervatten met een aftrap na een geldig doelpunt.

Vraag 5 : Een speler bevindt zich op de zijlijn en beledigt van daaruit op grove wijze een toeschouwer die zich achter de omheining bevindt. De scheidsrechter hoort dit, onderbreekt het spel en zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart. Wat is de juiste spelhervatting en waarom ?

a. Een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding, omdat het hier gaat om een overtreding, niet elders genoemd in Regel 12, waarvoor het spel wordt onderbroken om de speler van het speelveld te zenden.
b Een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken, omdat het een overtreding is van binnen het speelveld naar iemand buiten het speelveld.
c. Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken, omdat het een overtreding is binnen het speelveld tegen een ander persoon.
d. Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was op het moment van onderbreken,  omdat de scheidsrechter het noodzakelijk acht om het spel tijdelijk te onderbreken voor  een reden die niet elders in de spelregels wordt genoemd.

 

Antwoorden ronde 8 :

  1. Het juiste antwoord is B: pagina 22 spelregels veldvoetbal 2016-2017, disciplinaire straffen, 4e stip. De scheidsrechter heeft de bevoegdheid om gele en rode kaarten te tonen vanaf het moment dat hij het speelveld betreedt bij het begin van de wedstrijd tot het einde van de wedstrijd, inclusief rust, verlenging of strafschoppenserie.
  2. Het juiste antwoord is B: Zie pagina 47 voor onsportief gedrag een waarschuwing dient te worden gegeven. De plaats van de spelhervatting is daar waar de overtreding tijdens het spel binnen het speelveld werd gemaakt.
  3. Het juiste antwoord is C: Omdat er niet bij staat wie de nemer van de doelschop is, kan de aanraking binnen het strafschopgebied plaatsvinden door een veldspeler, die voor de tweede aanraking dus een strafschop tegen krijgt. Maar is het de doelman die de bal voor de tweede keer aanraakt met de handen, dan is de spelhervatting een indirecte vrije schop.
  4. Het juiste antwoord is D: Het gaat hier niet om een bewuste redding van de doelman en er kan dus niet gesteld worden dat de buitenspel staande speler alsnog voordeel trekt uit zijn buitenspelpositie. In dit geval is er dus geen sprake van strafbaar buitenspel en kan het doelpunt goedgekeurd worden. Het spel wordt hervat met een aftrap na geldig doelpunt.
  5. Het juiste antwoord is A: Zie pagina 49 onder 4, bullet 5. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop als een speler van binnen het speelveld een voorwerp gooit (beledigen wordt hiermee gelijk gesteld – helaas kunnen we dit niet meer terugvinden door het ontbreken van de aanvullende instructies) naar enig persoon buiten het speelveld op de plaats van de overtreding (zie pagina 52).

 

 

Spelregelvragen Ronde 7.  Antwoorden zenden voor 25 april 2017 naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1.
Tijdens een wedstrijd kent de scheidsrechter een vrije schop toe aan de aanvallende partij, op zestien meter van het doel van de tegenpartij. De aanvaller die de schop neemt schiet de bal rechtstreeks naar het doel van de tegenpartij. Een op de doellijn staande verdediger, niet zijnde de doelverdediger, stompt de bal met de vuist over het doel, voordat de bal de doellijn had gepasseerd.
Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

A. Hij zal een hoekschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart.
B. Hij zal een strafschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger van het speelveld zenden door het tonen van de rode kaart.
C. Hij zal een strafschop toekennen aan de aanvallende partij en de verdediger een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart.

Vraag 2.
Een aanvaller, staande naast het doel en achter de doellijn van de tegenpartij, gooit een kluit modder naar een in het doelgebied staande verdediger. De scheidsrechter heeft dit gezien en onderbreekt hiervoor het spel.
Wat is de beslissing van de scheidsrechter?

A.De aanvaller wegzenden en een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op elke willekeurige plaats in het doelgebied.
B. De aanvaller wegzenden en een directe vrije schop voor de verdedigende partij op elke willekeurige plaats in het doelgebied.
C. De aanvaller wegzenden en een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was, toen het spel werd onderbroken.

Vraag 3.
Bij een inworp werpt de gooiende speler de bal (niet hard) tegen een tegenstander aan, met de duidelijke bedoeling de bal weer te kunnen spelen.
Wat beslist de scheidsrechter?

A. Hij geeft een directe vrije schop tegen de inwerpende speler.
B. Hij laat doorspelen.
C. Hij geeft een indirecte vrije schop tegen de inwerpende speler, alsmede een waarschuwing door het tonen van de gele kaart wegens onsportief gedrag

Vraag 4.
De doelverdediger neemt een vrije schop vanuit zijn strafschopgebied. Van buiten het strafschopgebied komt de bal rechtstreeks bij hem terug, omdat de scheidsrechter de bal raakte. De doelverdediger speelt de bal nu met de hand.
Wat moet de scheidsrechter doen?

A. Indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
B. Strafschop voor de tegenpartij.
C. Doelschop overnemen.

Vraag 5.
De spits van partij A ontvangt de bal rechtstreeks uit een doelschop van zijn partij. Hij heeft alleen nog de doelverdediger van partij B voor zich. Als hij op het doel schiet, laat deze doelverdediger de bal zonder meer lopen.
Welke beslissing neemt de scheidsrechter?

A. Indirecte vrije schop wegens onsportief gedrag van de doelverdediger.
B. Aftrap na geldig doelpunt.
C. Indirecte vrije schop wegens buitenspel.

Antwoorden ronde 7.

Het juiste antwoord op vraag 1 is C Het spel zal hervat moeten worden met een strafschop en het tonen van een gele kaart, er is geen doelpunt voorkomen omdat hier sprake was van een indirecte vrije schop.

Het juiste antwoord op vraag 2 is B Spelregelboek (regel 12): Als een speler, die zich binnen of buiten het speelveld bevindt, een voorwerp gooit naar een tegenstander die zich binnen het speelveld bevindt, dan wordt het spel hervat met een directe vrije schop of strafschop, vanaf de plaats waar het voorwerp de tegenstander raakte of geraakt zou hebben;

Het juiste antwoord op vraag 3 is B Spelregelboek (regel 15):  Als een speler, tijdens het correct nemen van een inworp, de bal bewust tegen een tegenstander gooit om de bal nogmaals te kunnen spelen, zonder dit te doen op een onvoorzichtige of onbesuisde wijze, of gepaard gaande met buitensporige inzet, dan moet de scheidsrechter het spel door laten gaan

Het juiste antwoord op vraag 4 is A Spelregelboek (regel 13): Het spel moet worden onderbroken en worden hervat met een indirecte vrije schop wegen tweemaal spelen van de bal door de doelverdediger, omdat de bal niet door een andere speler is gespeeld of geraakt.

Het juiste antwoord  van vraag 5 is B Spelregelboek (regel 11): Een speler wordt niet voor zijn buitenspelpositie bestraft indien hij de bal rechtstreeks ontvangt uit een doelschop, inworp of hoekschop.

 

Spelregelvragen ronde 6.  Antwoorden zenden voor 25 maart 2017 naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1:
Een speler van partij A schiet de bal op het doel van de tegenpartij. Op dat moment staat een medespeler van hem buitenspel, maar volgens de scheidsrechter niet strafbaar. Hij laat dan ook doorspelen. De ingeschoten bal wordt echter tegen de doellat geschoten en komt dan voor de voeten van deze buitenspel staande medespeler terecht, die geen moeite heeft alsnog te scoren. Wat moet de scheidsrechter hier beslissen?

  1. Hij keurt het doelpunt goed en laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.
  2. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de buitenspel staande speler de terug-stuitende bal in het doel schoot.
  3. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler stond voordat de bal tegen de lat werd geschoten.

Vraag 2:
Een verdediger, die met toestemming het speelveld heeft verlaten om ander schoeisel aan te trekken, loopt daarna zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld weer in. Een aanvaller loopt op dat moment in de richting van het doel, met alleen nog de doelverdediger voor zich. De bal wordt hem – net binnen het strafschopgebied – correct afgenomen door de zojuist in het speelveld gekomen verdediger. Wat moet de scheidsrechter hier beslissen?

  1. Hij zal het spel onderbreken. De speler dient het spel weer te verlaten, en vervolgens zal hij het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  2. Hij zal het spel onderbreken. De speler terugsturen buiten het speelveld. Hem een gele kaart tonen en vervolgens het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
  3. Hij zal het spel onderbreken. De overtreder de gele kaart tonen en het spel hervatten met een indirecte vrije op de plaats waar de speler het speelveld in kwam zonder toestemming van de scheidsrechter.
  4. Hij zal het spel niet onderbreken en bij het passeren van genoemde speler hem even vermanend toe spreken, dat hij dit de volgende keer anders moet doen.

Vraag 3:
Een trainer komt nabij de middenlijn het speelveld in en beledigt op een grove wijze de scheidsrechter. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet hij nu verder handelen?

  1. De scheidsrechter stuurt de trainer naar de reservebank terug en hervat met een scheidsrechtersbal.
  2. De scheidsrechter stuurt de trainer van het veld en hervat met een directe vrije schop.
  3. De scheidsrechter stuurt de trainer van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een scheidsrechtersbal.
  4. De scheidsrechter stuurt de trainer van het veld door het tonen van de rode kaart en hervat met een indirecte vrije schop.

Vraag 4:
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler het speelveld uitstapt om zijn tegenstander, die al buiten de lijnen staat, een klap te geven. De scheidsrechter onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze moet het spel worden hervat?

  1. Met een strafschop.
  2. Met een directe vrije schop.
  3. Met een indirecte vrije schop.
  4. Met een scheidsrechtersbal.

Vraag 5:
Tijdens de rust is een speler vanwege toiletbezoek te lang in de kleedkamer achtergebleven en de wedstrijd is zonder hem hervat. Deze speler betreedt vervolgens zonder toestemming van de scheidsrechter het speelveld en wordt in het strafschopgebied van de tegenpartij door een tegenstander tegen de benen geschopt. Op dat moment constateert de scheidsrechter, dat deze speler zich tegen de regels op het speelveld bevindt. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

  1. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, toont de speler die zonder toestemming zijn team completeerde een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen de schoppende speler.
  2. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, toont de speler die zonder toestemming zijn team completeerde een gele kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop tegen deze speler.
  3. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, toont de speler die zonder toestemming zijn team completeerde een gele kaart en laat het spel hervatten met een strafschop tegen de schoppende speler.
  4. Hij stuurt de schoppende speler van het speelveld, toont de speler die zonder toestemming zijn team completeerde een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

 

Antwoorden Ronde 6

Het juiste antwoord op vraag 1 is B :  zie pagina 42, punt 4 Spelregels Voetbal. De indirecte vrije schop wegens buitenspel wordt genomen op de plaats van de overtreding, dus waar de buitenspel staande speler de bal raakt.    

Het juiste antwoord op vraag 2 is B:  zie pagina 17, punt 8 Spelregels Voetbal.  Wanneer een speler het speelveld opnieuw betreedt zonder toestemming van de scheidsrechter, nadat hij het veld met toestemming heeft verlaten, dan moet de scheidsrechter het spel onderbreken en de speler waarschuwen wegens het zonder toestemming betreden van het speelveld. Hij moet het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij, vanaf de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.    

Het juiste antwoord op vraag 3 is B:  zie pagina 16, punt 7 Spelregels Voetbal.  Wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt, omdat er wordt ingegrepen in het spel door een teamofficial (de trainer), dient het spel te worden hervat met een directe vrije schop. de trainer moet van het speelveld worden verwijderd. Hiervoor wordt geen rode kaart (meer) getoond.     

Het juiste antwoord op vraag 4 is C:  zie pagina 49, punt 4 Spelregels Voetbal.  Als de speler het speelveld verlaat om de overtreding te maken, wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop, vanaf de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.     

Het juiste antwoord op vraag 5 is B. Zie blz. 16, punt 5, laatste alinea Spelregels Veldvoetbal. De schoppende speler wordt met een rode kaart van het veld gestuurd. De zonder toestemming terugkomende speler krijgt een waarschuwing door het t0nen van de gele kaart. En in dergelijke situaties wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop tegen de zonder toestemming in het veld terugkerende speler, op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

 

Vragen ronde 5.  Antwoorden zenden voor 25 Februari 2017 naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1 

Tijdens een oponthoud meldt een te laat komende speler zich volgens de regels bij de scheidsrechter. Beiden staan dan binnen het speelveld. De scheidsrechter controleert het schoeisel van betreffende speler en geeft hem op grond daarvan geen toestemming mee te doen. Daarop beledigt de speler de scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter?

  1. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat een invaller toe, omdat het spel “dood” was toen de scheidsrechter beledigd werd.
  2. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat een invaller toe, omdat de speler nog niet meegespeeld had toen hij de scheidsrechter beledigde.
  3. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat geen invaller toe, omdat de te laat komende speler geacht wordt deel uit te maken van zijn ploeg.
  4. Hij zendt de speler van het speelveld door het tonen van de rode kaart, maar laat een invaller toe, omdat het spel nog niet was hervat

Vraag 2 

Op slag van rust wordt er gescoord. De scheidsrechter kent het doelpunt toe en fluit onmiddellijk af voor de rust. In de catacomben wordt de scheidsrechter er door de assistent-scheidsrechter op geattendeerd dat het doelpunt door de aanvaller opzettelijk met de hand is gescoord. Wat moet de scheidsrechter doen als hij het advies van de assistent-scheidsrechter honoreert?

  1. Het doelpunt annuleren.
  2. Het doelpunt annuleren en de aanvaller een gele kaart tonen.
  3. Hij moet het doelpunt toch toekennen omdat het rustsignaal al was gegeven voordat de assistent-scheidsrechter advies uitbracht en dat hij, na het rustsignaal, het speelveld heeft verlaten.
  4. Hij moet het doelpunt toch toekennen omdat het rustsignaal al was gegeven voordat de assistent-scheidsrechter advies uitbracht, maar hij moet dit voorval wél melden aan de KNVB.

Vraag 3:

Een aanvaller geeft de doelverdediger een schouderduw op het moment dat deze één voet van de grond heeft. De doelverdediger valt daardoor met bal en al in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?

  1. Een indirecte vrije schop voor de doelverdediger.
  2. Een geldig doelpunt.
  3. Een indirecte vrije schop voor de doelverdediger, en een waarschuwing voor de aanvaller door het tonen van de gele kaart.
  4. Een directe vrije schop voor de doelverdediger, want deze mag niet worden aangevallen (of geduwd) als hij de bal in zijn bezit heeft.

Vraag 4:

Een indirecte vrije schop ter hoogte van de strafschopstip, te nemen door de aanvallende partij, wordt zo uitgevoerd dat een aanvaller de bal aanraakt, maar deze bijna niet zichtbaar beweegt. Een tweede aanvaller schiet nu de bal op het doel. Wat beslist de scheidsrechter als de bal rechtstreeks in het doel wordt geschoten?

  1. Hij laat de vrije schop overnemen.
  2. Hij keurt het doelpunt af en hervat met een doelschop.
  3. Hij keurt het doelpunt af en hervat met een indirecte vrije schop tegen de aanvallende partij wegens onsportief gedrag.
  4. Hij keurt het doelpunt goed.

Vraag 5:

Bij welke van de onderstaande overtredingen moet het spel hervat worden met een directe vrije schop of strafschop?

  1. Een speler trapt een medespeler.
  2. Een speler verlaat tijdens het spel het speelveld en trapt daar een wisselspeler.
  3. Een speler probeert een toeschouwer te slaan.
  4. Een verzorger spuwt van buiten het speelveld een speler in het speelveld in het gezicht.

Antwoorden Ronde 5

Antwoord vraag 1 had C moeten zijn: zie regel 12, pagina 48. Op het moment dat de te laat komende speler toestemming heeft gekregen van de scheidsrechter om het veld te betreden, is hij speler geworden. Indien hij zich dan schuldig maakt aan grove, beledigende taal of een scheldwoord gebruikt of niet geoorloofde gebaren maakt, dient hij met een veldverwijdering te worden bestraft en mag hij niet worden vervangen door een invaller.

Antwoord vraag 2 had C moeten zijn:  zie regel 5, pagina 22. De scheidsrechter mag niet op zijn beslissing terugkomen als hij het einde van de eerste of tweede helft heeft aangegeven én het speelveld heeft verlaten, of de wedstrijd heeft beëindigd.

Het juiste antwoord op vraag 3 had D moeten zijn:  zie regel 12, pagina 46. Een doelverdediger mag niet worden aangevallen door een tegenstander als hij de bal met zijn handen in bezit heeft. Wordt hij met bal en al in het doel gedrukt door bijvoorbeeld een schouderduw, dan wordt er een overtreding gemaakt welke bestraft moet worden met een directe vrije schop wegens duwen. De schouderduw kan niet correct zijn, omdat de bal niet meer voor beiden binnen speelbereik is.  

Het juiste antwoord op vraag 4 is A:  zie regel 13, pagina 52. De bal is in het spel zodra deze is getrapt en duidelijk beweegt. Dat was hier dus niet aan de orde en de scheidsrechter laat de vrije schop overnemen, omdat deze niet volgens de regels is genomen.   

Het juiste antwoord op vraag 5 is A:  zie regel 12, pagina 49, tweede stipje. Als een speler zich schuldig maakt aan een overtreding ten opzichte van een medespeler, wisselspeler, gewisselde speler, teamofficial of wedstrijdofficial, binnen het speelveld en de bal is in het spel, dan volgt er een directe vrije schop of strafschop.    

Vragen ronde 4.  Antwoorden zenden voor 25 januari 2017 naar jwillems1957@home.nl

 

Vraag 1 Een speler is door de scheidsrechter naar de kant verwezen om zijn uitrusting in orde te maken, dan mag de speler het veld weer betreden als:

A: Als hij tijdens het spel een teken krijgt van de scheidsrechter
B: Als hij tijdens het spel een teken krijgt van de eerste assistent-scheidsrechter
C: Als hij tijdens het spel een teken krijgt van de 4e official

Vraag 2  Een toeschouwer probeert binnen het doelgebied de bal tegen te houden, die in het doel dreigt te gaan. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt toch in het doel. Wat is de spelhervatting?

A: Een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.
B: Een scheidsrechtersbal.
C: Een aftrap na geldig doelpunt.

Vraag 3 Tijdens een correct genomen vrije schop schiet een speler de bal snel met opzet voorzichtig tegen een tegenstander, die vlak voor de bal staat, aan, om de bal nogmaals te kunnen spelen. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

A: Hij toont de nemer een gele kaart en laat de vrije schop overnemen.
B: Hij onderbreekt het spel en laat de vrije schop overnemen.
C: Hij laat gewoon doorspelen.

Vraag 4   De scheidsrechter onderbreekt het spel omdat hij zag dat een verdediger het speelveld verliet en één van de wisselspelers van de tegenpartij (die aan het warmlopen waren) in het gezicht spuwde. Hoe zal de scheidsrechter nu moeten handelen?

A: Hij toont de verdediger een rode kaart en laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B: Hij toont de verdediger een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal nabij de zijlijn.
C: Hij toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Vraag 5 Tijdens het spel slaat een speler vanuit het speelveld een assistent-scheidsrechter die op de zijlijn loopt. Hoe zal het spel hervat moeten worden nadat de scheidsrechter het spel heeft onderbroken en de aanvaller een rode kaart heeft getoond?

A: Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de zijlijn.
B: Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de zijlijn.
C: Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Antwoorden ronde 4

Vraag 1. Het goede antwoord is A. Tijdens het spel mag een speler alleen terugkeren met toestemming van de scheidsrechter.

Vraag 2. Het goede antwoord is C. Als de bal op weg is naar het doel en de inmenging (het betreden van het veld) een verdediger er niet van weerhoudt de bal te spelen, dan wordt een doelpunt toegekend als de bal in het doel gaat zelfs als de bal werd aangeraakt.

Vraag 3. Het goede antwoord is C. Als een speler, terwijl hij de vrije schop correct neemt, de bal bewust tegen een tegenstander aan schiet om de bal opnieuw te kunnen spelen en hij doet dit niet onvoorzichtig, onbesuisd of gepaard gaande met buitensporige inzet, dan laat de scheidsrechter doorspelen.

Vraag 4. Het goede antwoord is A. Als de speler het speelveld verlaat om de overtreding te begaan, wordt het spel hervat met een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

Vraag 5. Het goede antwoord is A. Als de bal in het spel is en een speler begaat een overtreding binnen het speelveld tegen een medespeler, wisselspeler, gewisselde speler, teamofficial of een wedstrijdofficial , dan zal het spel hervat moeten worden met een directe vrije schop of strafschop.

Vragen  Ronde 3   Je antwoorden verzenden tot 20 december naar jwillems1957@home.nl

Vraag 1

Een veldspeler neemt een vrije schop binnen het eigen strafschopgebied, struikelt en speelt de bal, voordat deze buiten het strafschopgebied is, opzettelijk met de hand. Wat beslist de scheidsrechter?

A: Indirecte vrije schop tegen de nemer wegens het tweemaal spelen van de bal.
B: Vrije schop overnemen.
C: Strafschop wegens het spelen van de bal met de hand.

 

Vraag 2

Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger in de war gebracht doordat op het moment van schieten van de bal een andere aanvaller plotseling hard schreeuwt. Wat beslist de scheidsrechter, indien de bal in het doel gaat?

A: Hij laat de strafschop overnemen en toont de schreeuwende aanvaller een gele kaart.
B: Hij keurt het doelpunt af en hervat met een directe vrije schop tegen de schreeuwende aanvaller
C: Hij keurt het doelpunt af, hervat met een indirecte vrije schop tegen de schreeuwende aanvaller en toont deze de gele kaart.

 

Vraag 3

Nadat er een doelpunt is gescoord en voordat het spel is hervat, informeert de assistent-scheidsrechter de scheidsrechter dat de verzorger (teamofficial) van het team dat het doelpunt scoorde zich (nog) in het doelgebied bevond toen het doelpunt werd gescoord en hij (de assistent-scheidsrechter) daardoor geen volledig overzicht had op de situatie. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

A: Hij keurt het doelpunt af omdat de verzorger ingreep in het spel en hervat het spel met een directe vrije schop voor de tegenpartij op een willekeurige plaats in het doelgebied.
B: Hij keurt het doelpunt af omdat de verzorger ingreep in het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de lijn van het doelgebied die evenwijdig loopt aan de doellijn.
C: Hij keurt het doelpunt goed

 

Vraag 4

Tijdens de wedstrijd loopt een wisselspeler het speelveld in om te wisselen met een speler, terwijl het spel gewoon doorgaat. De scheidsrechter ziet dit en onderbreekt hiervoor het spel. Hij stuurt de wisselspeler terug naar de zijlijn en laat hem pas weer toe nadat de uitgewisselde speler het speelveld heeft verlaten. Hoe zal het spel nu hervat moeten worden?

A: Met een directe vrije schop voor de andere partij op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B: Met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
C: Met een indirecte vrije schop tegen de wisselspeler op de plaats waar de wisselspeler stond toen hij werd teruggestuurd.

 

Vraag 5

Een wisselspeler loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de twaalfde speler zien gebeuren. Hoe reageert hij?

A: Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een scheidsrechtersbal.
B: Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een strafschop.
C: Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een indirecte vrije schop.

 

Antwoorden ronde 3

Vraag 1. Het goede antwoord is B. De bal is in het spel zodra deze is getrapt en duidelijk beweegt, behalve als het gaat om een vrije schop voor de verdedigende partij binnen het eigen strafschopgebied. Dan is de bal in het spel wanneer deze rechtstreeks buiten het strafschopgebied is getrapt.

Vraag 2. Het goede antwoord is A. Indien een teamgenoot een overtreding begaat en de bal in het doel gaat, wordt de strafschop overgenomen.

Vraag 3. Het goede antwoord is A. Wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt vanwege het ingrijpen: door een teamofficial, wisselspeler, gewisselde of weggezonden speler, moet hij het spel hervatten met een directe vrije schop c/q strafschop. In dit geval een directe vrije schop.

Vraag 4. Het goede antwoord is A. Wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt vanwege het ingrijpen: door een teamofficial, wisselspeler, gewisselde of weggezonden speler, moet hij het spel hervatten met een directe vrije schop cq strafschop. In dit geval een directe vrije schop.

Vraag 5. Het goede antwoord is B. Wanneer de scheidsrechter het spel onderbreekt vanwege het ingrijpen: door een teamofficial, wisselspeler, gewisselde of weggezonden speler, moet hij het spel hervatten met een directe vrije schop cq strafschop. In dit geval een strafschop.

 

Vragen Ronde 2

Vraag 1

Terwijl partij A in de aanval is, ziet de scheidsrechter dat een speler van deze partij binnen zijn eigen strafschopgebied een tegenstander probeert te slaan. Die tegenstander weet echter de klap te ontwijken. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn in deze situatie?

  1. Een strafschop toekennen en de slaande speler wegsturen door het tonen van de rode kaart
  2. Hij laat gewoon doorspelen, omdat de speler niet geraakt werd
  3. Geen spelstraf, maar wel een waarschuwing door het tonen van de gele kaart
  4. Geen spelstraf, maar bij de eerstvolgende onderbreking wel de speler de rode kaart tonen.

Vraag 2

Op slag van rust wordt door partij een doelpunt gescoord. De scheidsrechter kent het doelpunt toe, maar in plaats van nog te laten aftrappen, fluit hij onmiddellijk af voor de rust. Terwijl iedereen nog op het speelveld is, krijgt de scheidsrechter van zijn assistent te horen dat het doelpunt door de aanvaller met de hand is gescoord. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen als hij het advies overneemt?

  1. Hij keurt het doelpunt alsnog af, toont de aanvaller een gele kaart en besluit te gaan rusten.
  2. Hij kent het doelpunt toe, want hij had al gefloten voor de rust.
  3. Hij keurt het doelpunt af en besluit te gaan rusten.
  4. Omdat men nog op het speelveld aanwezig is, kan hij nog op zijn beslissing terugkomen en zal het doelpunt alsnog afkeuren, de speler eventueel een persoonlijke straf geven, om daarna te gaan rusten.

Vraag 3

Er moet een spelerswissel plaatsvinden. Op het moment dat de te wisselen speler het speelveld heeft verlaten en op de bank wil plaatsnemen, beledigt hij de assistent-scheidsrechter, die klaar staat met de wisselspeler en diens uitrusting aan het controleren is. De assistent-scheidsrechter laat dit de scheidsrechter weten. Wat moet de scheidsrechter nu beslissen?

  1. Hij toont de speler de gele kaart en laat de wisselspeler het veld betreden, want de wissel is aangekondigd.
  2. Hij toont de speler de rode kaart en laat de wisselspeler het veld betreden, want de wissel is afgerond.
  3. Hij toont de speler de rode kaart en staat de wisselspeler niet toe het veld te betreden.
  4. Hij toont de speler de rode kaart, maar staat nog wel een wisselspeler toe als er nog geen 3 wisselspelers zijn gebruikt.

Vraag 4

Terwijl de bal in het spel is, maakt een speler zich schuldig aan gewelddadig gedrag tegenover een medespeler binnen het speelveld, maar buiten zijn eigen strafschopgebied. De overtredende speler wordt van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart. De Scheidsrechter hervat het spel nu met een:

  1. strafschop
  2. indirecte vrije schop
  3. scheidsrechtersbal
  4. directe vrije schop

 

Vraag 5

Terwijl de bal in het spel is loopt een wisselspeler het veld in. Een speler ziet dit, loopt er naar toe en geeft deze een klap. Moet de scheidsrechter hier iets tegen doen?

  1. Ja, de speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een indirecte vrije trap op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter affloot.
  2. Ja, de speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een  scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.
  3. Ja, de speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een directe vrije trap of strafschop.
  4. Ja, de speler krijgt een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en het spel wordt hervat met een directe vrije trap op de plaats van de overtreding.

Antwoorden Ronde 2

Vraag 1

Het antwoord is A: niet alleen het slaan van een tegenstander zal bestraft moeten worden, met een strafschop en het tonen van de rode kaart, maar hetzelfde geldt ook voor een poging tot slaan.

Vraag 2

Het juiste antwoord is D: zie pagina 22, regel 5, onder punt 2.

Vraag 3

Het juist antwoord is C: Hij toont de uitgewisselde speler een rode kaart en omdat de wisselspeler het speelveld nog niet had betreden is de spelerswisseling nog niet definitief, en zal hij daarom de met de rode kaart weggezonden speler niet kunnen vervangen en moet men verder met tien spelers.

Vraag 4

Het juiste antwoord is D: zie pagina 49 onderaan. Voor een overtreding tegenover een medespeler als hierboven bedoeld,  is de straf altijd een directe vrije schop, of zelfs een strafschop als de overtreding binnen het eigen strafschopgebied wordt gepleegd.

 Vraag 5

Het juiste antwoord is C: zie bladzijde 49, onder 3, Spelregels veldvoetbal.

 

Vragen Ronde 1         Let op: De vragen hebben betrekking op de nieuwe spelregels 2016-2017

Vraag 1

Na een correct genomen doelschop waait de bal terug, waarna hij door de nemer van de doelschop met de handen wordt tegengehouden om een doelpunt te voorkomen. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

  1. Hij laat hervatten met een indirecte vrije schop wegens het voor de tweede maal spelen van de bal
  2. Hij laat de doelschoppen overnemen
  3. Hij kent een strafschop of een indirecte vrije schop toe
  4. Hij kent een strafschop toe en stuurt de speler van het speelveld wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans

Vraag 2

Een aanvaller schiet de bal op het doel. De doelman werpt een volle bidon tegen de bal, waardoor deze niet in het doel gaat. Wat zal de scheidsrechter nu moeten beslissen?

  1. De doelman wordt wegens het voorkomen van een duidelijke scoringskans c.q. doelpunt van het speelveld gezonden. Het spel wordt hervat met een strafschop.
  2. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bidon de bal raakte.
  3. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop, op de plaats waar de doelman stond toen hij de bidon wierp.
  4. De doelman ontvangt een waarschuwing door het tonen van een gele kaart wegens onsportief gedrag. Het spel wordt hervat met een strafschop.

Vraag 3

Wanneer begint de bevoegdheid van de scheidsrechter in het amateur voetbal om disciplinaire straffen (gele of rode kaart) te geven?

  1. Wanneer de bal de eerste omwenteling heeft gemaakt.
  2. Zodra hij het speelveld betreedt om de wedstrijd te laten aanvangen.
  3. Zodra hij zijn kleedkamer verlaat om de wedstrijd te laten aanvangen.
  4. Zodra hij het speelveld betreedt om aan zijn warming-up te beginnen.

Vraag 4

De scheidsrechter heeft het spel onderbroken vanwege een ernstige botsing tussen twee tegenstanders. Nadat de verzorger zijn werk heeft gedaan en een ieder die niet thuishoort op het speelveld het speelveld weer heeft verlaten, gaat de scheidsrechter het spel hervatten met een scheidsrechtersbal. Welke beslissing is nu de juiste?

  1. De bal, nadat deze de grond heeft geraakt, wordt rechtstreeks in het doel van de tegenstander geschoten. Scheidsrechter kent een doelpunt toe.
  2. De bal, nadat deze de grond heeft geraakt, wordt aangenomen met de linkervoet en vervolgens rechtstreeks in het doel van de tegenpartij geschoten. Scheidsrechter kent een doelpunt toe.
  3. De bal, nadat deze de grond heeft geraakt, wordt aangenomen met de linkervoet en vervolgens rechtstreeks in het doel van de tegenpartij geschoten. Scheidsrechter laat de scheidsrechtersbal overnemen.
  4. De bal, nadat deze de grond heeft geraakt, wordt aangenomen met de linkervoet en vervolgens rechtstreeks in het doel van de tegenpartij geschoten. Scheidsrechter fluit af en kent een doelschop toe aan de tegenpartij.

Vraag 5

Er wordt een hoekschop toegekend, omdat de bal geheel en al over de doellijn is gegaan en het laatst is geraakt door een speler van de verdedigende partij en er geen doelpunt is gemaakt. Uit de toegekende hoekschop wordt de bal rechtstreeks in het eigen doel gewerkt. Welke beslissing van de scheidsrechter is de juiste?

  1. Scheidsrechter laat de hoekschop overnemen
  2. Scheidsrechter kent een hoekschop toe aan de tegenpartij
  3. Scheidsrechter keurt het doelpunt goed
  4. Scheidsrechter geeft de hoekschopnemer een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en laat de hoekschop overnemen.

Antwoorden versturen tot 20 oktober naar: jwillems1957@home.nl

Antwoorden   ronde 1

Vraag 1

Het antwoord is C: Omdat er niet bij staat wie de nemer van de doelschop is, kan de aanraking binnen het strafschopgebied plaatsvinden door een veldspeler, die voor de tweede aanraking dus een strafschop tegen krijgt. Maar is het de doelman die de bal voor de tweede keer aanraakt met de handen, dan is de spelhervatting een indirecte vrije schop.

 

Vraag 2

Het antwoord is B: pagina 47 van de nieuwe regels zegt dat voor onsportief gedrag een waarschuwing dient te worden gegeven. De plaats van de spelhervatting is daar waar de overtreding tijdens het spel binnen het speelveld werd gemaakt.

Vraag 3

Het juiste antwoord is B: pagina 22 spelregels veldvoetbal 2016-2017, disciplinaire straffen, 4e stip. De scheidsrechter heeft de bevoegdheid om gele en rode kaarten te tonen vanaf het moment dat hij het speelveld betreedt bij het begin van de wedstrijd tot het einde van de wedstrijd, inclusief rust, verlenging of strafschoppenserie.

Vraag 4

Het juiste antwoord is D:   Als de bal in het doel gaat zonder door ten minste twee spelers te zijn geraakt, wordt het spel hervat met een doelschop als de bal in het doel van de tegenpartij gaat en met een hoekschop als de bal in het eigen doel gaat

Vraag 5

Het juiste antwoord is B: zie pagina 62, regel 17. Uit een hoekschop kan rechtstreeks worden gescoord in het doel van de tegenpartij. Als de bal rechtstreeks in het doel van de nemer gaat, dan wordt de hoekschop toegekend aan de tegenpartij.

 

Eindstand   1 2 3 4 5 6 7 8 9 10
Naam Sept. Okt. Nov. Dec. Jan. Feb. Mrt. Apr.  Mei Juni Totaal
 Nico Opstraat  4  3  5  5  4  4  5  4  5 7  46
 André de vaan  3  3  4  3  2  4  2  2  4  27
 Jan van Alebeek  5  3  3  3  5  2  4  3  28