Cock van der Loo spelregelvragen 2017-2018

Spelregelvragen September

 

Vraag 1:

Op het moment dat de bal in het spel is, oefent een verdediger zware kritiek uit (niet beledigend) op een assistent-scheidsrechter. De verdediger staat in zijn strafschopgebied. Wat moet de scheidsrechter beslissen als hij hiervoor het spel heeft onderbroken?

Disciplinaire straf
1) geen kaart
2) gele kaart
3) rode kaart

Spelstraf/hervatting
1) indirecte vrije schop
2) directe vrije trap
3) scheidsrechtersbal
4) strafschop

Plaats van de hervatting
1) op de plaats waar de verdediger stond
2) op de strafschopstip
3) op de plaats waar de bal was op moment van onderbreken

 

Vraag 2:

Een speler van Team A mag een strafschop nemen. De nemer maakt een schijnbeweging bij het trappen van de bal, nadat de aanloop is afgerond. Tegelijkertijd begaat de doelverdediger een overtreding. Hij komt voordat de bal gespeeld is van de doellijn af. Wat zal de scheidsrechter moeten beslissen als de bal het doel ingaat?

1) Hij kent het doelpunt toe, omdat beide spelers op hetzelfde moment een overtreding begaan.
2) Hij kent het doelpunt niet toe en hervat het spel met een scheidsrechtersbal, omdat er door beide teams op hetzelfde moment een overtreding wordt begaan.
3) Hij kent het doelpunt niet toe en kent een indirecte vrije schop toe tegen de nemer en toont hem tevens een gele kaart voor onsportief gedrag.
4) Hij kent het doelpunt niet toe en laat de strafschop overnemen, omdat hier sprake is van overtredingen van dezelfde zwaarte en toont beide spelers een gele kaart voor onsportief gedrag.

Vraag 3:

Een wisselspeler komt zonder toestemming van de scheidsrechter vanaf de bank het speelveld inlopen en begaat onmiddellijk een onbesuisde overtreding op een tegenstander, waarop als spelstraf een directe vrije schop staat. Hoe moet een scheidsrechter hier volgens de regels handelen?

  1. De speler begaat 2 overtredingen tegelijkertijd. Zonder toestemming betreden van het speelveld en de onbesuisde overtreding. De scheidsrechter toont hem 2x een gele kaart en daarna rood en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
  2. De scheidsrechter bestraft alleen de 1e overtreding, het zonder toestemming betreden van het speelveld, toont hem de gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
  3. De scheidsrechter bestraft de meest ernstige overtreding en toont de wisselspeler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
  4. Scheidsrechter bestraft de ernstigste overtreding (onbesuisde overtreding) en toont de wisselspeler een gele kaart, en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de overtreding werd begaan.

Vraag 4:

In de regels staat dat een wedstrijd niet mag worden begonnen of voortgezet indien een partij bestaat uit minder dan zeven spelers. Als tijdens een wedstrijd een speler van een team, dat nog maar 7 spelers op het speelveld heeft staan, met opzet het speelveld verlaat, wat moet de scheidsrechter dan doen?

1) Hij onderbreekt het spel onmiddellijk en stopt de wedstrijd.
2) Als hij verwacht dat de speler slechts tijdelijk het spel verlaat, laat hij het spel doorgaan en vervolgt hij de wedstrijd totdat het duidelijk is dat de speler niet meer terugkomt.
3) Als de speler het speelveld verlaat dan onderbreekt hij het spel onmiddellijk en wacht hij maximaal 30 minuten tot de speler weer terugkomt.
4) Hij mag de voordeelregel toepassen, maar moet de wedstrijd niet meer hervatten als de bal uit het spel is gegaan.

Vraag 5:

In elke helft wordt tijd bijgeteld die verloren is gegaan. Welke hoort hier niet bij?

1) het wisselen van spelers en vertraging om het spel te hervatten (bijvoorbeeld vieren van een doelpunt)
2) het beoordelen van blessures bij spelers en/of het verwijderen van het speelveld van geblesseerde spelers
3) voor het overnemen van een strafschop die niet volgens de regels is genomen
4) drinkpauzes of pauzes om medische redenen, mits toegestaan door de competitiereglementen

 

Antwoorden spelregelvragen september  

Vraag 1
Het juiste antwoord had B-A-A moeten zijn:

voor kritiek op de assistent-scheidsrechter volgt een gele kaart. Voor het commentaar leveren is de spelhervatting een indirecte vrije trap en wel op de plaats waar de speler (verdediger) stond toen hij kritiek leverde. De bal was in het spel en de speler pleegde de overtreding binnen het speelveld.

Vraag 2
Het juiste antwoord had C moeten zijn:
zie pagina 21, bovenaan, van de spelregelwijzigingen 2017. Dat de overtredingen op hetzelfde moment worden begaan zal niet zo vaak voorkomen. Als er een doelpunt wordt gemaakt, dan heeft de doelverdediger geen overtreding begaan, waarvoor deze een gele kaart getoond moet worden. Omdat de overtreding van de nemer wel met een waarschuwing moet worden bestraft, is deze overtreding ernstiger (zie regel 5) en daarom wordt de overtreding van de strafschopnemer bestraft met een indirecte vrije schop.

Vraag 3
Het juiste antwoord op de vraag had D moeten zijn:
Hier worden in feite twee overtredingen gelijktijdig gemaakt, namelijk een onbesuisde overtreding op een tegenstander en het zonder toestemming het veld in komen. De ernstigste overtreding is het onbesuisd inkomen op een tegenstander, waarvoor de wisselspeler een gele kaart getoond wordt. De spelhervatting is een directe vrije schop en wel op de plaats waar de overtreding werd gemaakt.

Vraag 4
Het juiste antwoord had D moeten zijn:
De scheidsrechter hoeft in deze situatie het spel niet direct te onderbreken, omdat de zevende speler het speelveld met opzet verlaat. Zodra de bal echter uit het spel is en er dan dus nog maar zes spelers zijn, moet hij de wedstrijd niet meer hervatten.

Vraag 5
Het juiste antwoord had C moeten zijn:
In de  spelregels staat duidelijk vermeld wanneer verloren gegane tijd bijgeteld mag worden. Daarbij is niet genoemd de tijd die verloren gaat voor het overnemen van een strafschop, die niet volgens de regels genomen is.

 

Spelregelvragen oktober

Vraag 1
In de 35e minuut van de eerste helft wordt een speler zijn tweede gele kaart getoond. Het ontgaat de scheidsrechter evenwel dat dit zijn tweede is. Hij komt er pas in de rust achter. Hoe dient hij nu te handelen
A. Hij kan niets meer doen.
B. Hij meldt het voorval bij de bond, maar laat de speler verder spelen.
C. Hij ontzegt hem alsnog het verder meespelen en meldt het voorval bij de bond.
D. Hij kan hem pas wegsturen als hem nogmaals de gele of rode kaart wordt getoond.

Vraag 2
Een veldspeler neemt een doelschop, struikelt en speelt de bal, voordat deze buiten het strafschopgebied is, opzettelijk met de hand. Wat beslist de scheidsrechter
A. Indirecte vrije schop tegen de nemer wegens het tweemaal spelen van de bal.
B. Strafschop wegens het spelen van de bal met de hand.
C. Doelschop overnemen.
D. Doorspelen.

Vraag 3
Een wisselspeler loopt van de spelersbank het speelveld in. In zijn eigen strafschopgebied trapt hij een tegenstander. De scheidsrechter heeft het trappen van de twaalfde speler zien gebeuren. Hoe reageert hij
A. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een scheidsrechtersbal.
B. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een indirecte vrije schop.
C. Hij onderbreekt het spel, zendt de wisselspeler van het speelveld en hervat met een strafschop.
D. Hij onderbreekt het spel, geeft de wisselspeler een waarschuwing en hervat met een strafschop.

Vraag 4
Tijdens het spel heeft een speler toestemming gevraagd en gekregen van de scheidsrechter om het speelveld definitief te verlaten omdat hij geblesseerd is. Lopend naar de zijlijn komt de bal in zijn buurt. Hij trapt de bal naar een medespeler die de bal gelijk net over het doel schiet. Wat zal de scheidsrechter nu beslissen
A. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar deze de bal speelde.
B. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een doelschop.
C. Hij hervat het spel met een doelschop.
D. Hij toont de geblesseerde speler een gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal.

Vraag 5
Een wisselspeler loopt zich warm achter zijn eigen doellijn. Op het moment dat de bal in het doel dreigt te gaan, loopt hij het veld in en slaat hij de bal met zijn handen uit het doel. Op deze wijze voorkomt hij dat er gescoord wordt door de tegenpartij. Wat beslist de SR
A. Hij fluit af, toont de wisselspeler de rode kaart voor het voorkomen van een doelpunt en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied het dichtst bij de plaats van de overtreding.
B. Hij fluit af, toont de wisselspeler eerst de gele kaart voor het zonder toestemming betreden van het speelveld en vervolgens de rode kaart voor het voorkomen van een doelpunt hervat het spel met een strafschop.
C. Hij fluit af, toont de wisselspeler de rode kaart voor het voorkomen van een doelpunt en hervat het spel met een strafschop.
D. Hij fluit af, toont de wisselspeler de rode kaart voor het voorkomen van een doelpunt en hervat het spel met een SR-bal op de lijn van het doelgebied het dichtst bij de plaats van de overtreding.

Antwoorden oktober 2017

Vraag 1: Antwoord C is goed

Vraag 2: Antwoord C is goed

Vraag 3: Antwoord C is goed

Vraag 4: Antwoord A is goed

Vraag 5: Antwoord C is goed

 

Spelregelvragen november 2017

Vraag 1
Een speler van Team A mag inwerpen en doet dat heel erg snel. Een speler van Team B die met een andere bal in de handen binnen het speelveld staat gooit deze bal richting de wedstrijdbal die hij op een haar na mist. Dit heeft duidelijk invloed op het spel en de SR fluit af. Hoe dient de SR hierin te handelen?

A. Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar hij de bal geraakt zou hebben en toont de overtreder een gele kaart voor onsportief gedrag.
B. Hij laat de inworp overnemen en toont de overtreder de GK voor onsportief gedrag.
C. Hij hervat het spel met een SR-bal en toont de overtreder de GK voor onsportief gedrag.
D. Hij hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen SR affloot en toont de overtreder de GK voor onsportief gedrag.

Vraag 2
Een toeschouwer probeert binnen het doelgebied de bal tegen te houden, die in het doel dreigt te gaan. Hij raakt de bal, maar deze verdwijnt toch in het doel. Wat is de spelhervatting?

A. Een aftrap na geldig doelpunt.
B. Een doelschop.
C. Een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal geraakt werd.
D. Een scheidsrechtersbal.

Vraag 3
De bal is op het middenveld in het spel. De scheidsrechter ziet nu dat een speler het speelveld uitstapt om zijn tegenstander, die bij de middellijn al buiten de lijnen staat, een klap te geven. De scheidsrechter onderbreekt het spel. De slaande speler wordt weggezonden door het tonen van de rode kaart. Op welke wijze moet het spel worden hervat?

A. Met een strafschop.
B. Met een directe vrije schop.
C. Met een indirecte vrije schop.
D. Met een scheidsrechtersbal.

Vraag 4
Tijdens de wedstrijd trekt een verdediger zich achter zijn eigen doellijn terug om een tegenstander buitenspel te zetten. Wat moet de scheidsrechter beslissen?

A. Hij onderbreekt het spel en hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Hij laat het spel doorgaan en toont de speler een gele kaart bij de eerstvolgende onderbreking.
C. Hij onderbreekt het spel, toont deze speler een gele kaart en hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
D. Hij onderbreekt het spel, toont deze speler een gele kaart en hervat met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken

Vraag 5
Terwijl de bal in het spel is, raken een aanvaller en een verdediger aan het vechten in het doel achter de doellijn in de zogenaamde netruimte. De verdediger heeft de eerste klap gegeven. De scheidsrechter fluit af. Wat beslist hij?

A. Beide spelers wegzenden en hervatten met een strafschop.
B. Beide spelers een waarschuwing geven en hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.
C. Beide spelers een waarschuwing geven en hervatten met een strafschop.
D. Beide spelers wegzenden en hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was.

Antwoorden spelregelvragen november ronde 3

Vraag 1: A

Vraag 2: A

Vraag 3: B

Vraag 4: B

Vraag 5: A


Spelregelvragen december 2017

Vraag 1
In welke van de volgende situaties dient het spel te worden hervat met een directe vrije schop (of strafschop) als de overtreding wordt begaan door een veldspeler?

A. Een tegenstander in diens loop belemmeren.
B. Spelen op gevaarlijke wijze zonder daarbij de tegenstander te raken.
C. Een speler verlaat het speelveld tijdens het spel om een wisselspeler een klap te geven.
D. De assistent-scheidsrechter beledigen

Vraag 2
Op het moment dat de bal in het doelgebied is, raken twee spelers van verschillende teams met elkaar in gevecht op de rand van het doelgebied. De scheidsrechter onderbreekt het spel en toont beide spelers de rode kaart. Hoe en waar moet hij nu het spel hervatten?

A. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
B. Het spel moet worden hervat met strafschop, want de strafschop als spelhervatting is ernstiger dan een directe vrije schop voor de verdedigende partij.
C. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op een willekeurige plaats in het doelgebied.
D. Het spel moet worden hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar het gevecht plaatsvond.


Vraag 3
Een aanvaller die zich achter de doellijn heeft teruggetrokken om zich aan buitenspel te onttrekken, schreeuwt in die positie een aanwijzing naar een medespeler, die ter hoogte van de strafschopstip in het bezit van de bal is. De scheidsrechter fluit af en geeft de schreeuwende speler een waarschuwing. Hoe hervat hij het spel?

A. Een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
B. Een indirecte vrije schop vanaf de plaats waar de bal zich bevond toen afgefloten werd.
C. Een scheidsrechtersbal op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.
D. Een indirecte vrije schop op de doellijn, zo dicht mogelijk bij de plaats waar de schreeuwende speler stond.

Vraag 4
Bij het nemen van een strafschop wordt de doelverdediger misleid doordat op het moment van schieten de strafschopnemer iets roept. Wat beslist de scheidsrechter indien de bal in het doel gaat?

A. Directe vrije schop tegen de strafschopnemer.
B. Overnemen van de strafschop en een GK voor onsportief gedrag.
C. Doelpunt.
D. Indirecte vrije schop tegen de strafschopnemer en een GK voor onsportief gedrag


Vraag 5

De doelverdediger van partij A en een aanvaller hebben ruzie. Plotseling gooit de doelverdediger, staande in zijn eigen strafschopgebied, doch niet in het doelgebied, opzettelijk en met kracht de bal tegen het hoofd van de aanvaller aan, die één meter achter de doellijn naast het doel staat. De scheidsrechter stuurt de doelverdediger van het speelveld door het tonen van de rode kaart. Hoe wordt het spel hervat?

A. Strafschop
B. Indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de bal gooide.
C. Hoekschop.
D. Scheidsrechtersbal op de plaats waar de doelverdediger stond, toen hij de bal gooide.

Antwoorden spelregelvragen december ronde 4

Vraag 1: C

Vraag 2: B

Vraag 3: D

Vraag 4: D

Vraag 5: A


Spelregelvragen ronde 5 januari 2018

Vraag 1
Twee tegenstanders raken slaags met elkaar net buiten de zijlijn. De scheidsrechter onderbreekt het spel. Hoe moet de scheidsrechter handelen?

A. De spelers worden van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond, toen de scheidsrechter onderbrak.
B. De spelers worden van het speelveld gezonden door het tonen van de rode kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de zijlijn.
C. De spelers ontvangen een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en het spel wordt hervat met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal zich bevond, toen de scheidsrechter onderbrak.
D. De spelers ontvangen een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop voor de verdedigende partij op de zijlijn.

Vraag 2
De assistent-scheidsrechter steekt zijn vlag omhoog om aan te geven dat de bal de zijlijn geheel en al gepasseerd heeft. Voordat de scheidsrechter echter kan affluiten, ziet hij dat een verdediger binnen zijn strafschopgebied een tegenstander slaat. Wat moet de beslissing van de scheidsrechter zijn?

A. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een strafschop.
B. Hij stuurt de verdediger van het speelveld en hervat het spel met een inworp.
C. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een strafschop.
D. Hij geeft de verdediger een waarschuwing en hervat het spel met een inworp.

Vraag 3
Wanneer kan de scheidsrechter ertoe overgaan om een spelstraf toe te passen?

A. Zodra de scheidsrechter het speelveld betreedt tijdens de controle voorafgaand aan de wedstrijd.
B. Zodra de scheidsrechter het teken heeft gegeven om de beginschop te laten nemen.
C. Zodra de aftrap voor de eerste helft op reglementaire wijze is genomen.
D. Zodra alle spelers staan opgesteld.

Vraag 4
In de rust hebben de doelverdediger en een veldspeler van tenue gewisseld. Als het spel in de tweede helft een paar minuten aan de gang is, wordt dit door de scheidsrechter opgemerkt. Op welke manier zal deze nu juist handelen?

A. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft dan beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart.
B. Hij neemt geen verdere actie aangezien de wissel in de rust heeft plaatsgevonden.
C. Hij onderbreekt het spel, geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.
D. Hij wacht tot de bal uit het spel is en geeft beide spelers een waarschuwing door het tonen van de gele kaart. Speelt één van beide spelers de bal echter eerder, dan zal hij het spel onderbreken, beide spelers een waarschuwing geven door het tonen van de gele kaart en het spel hervatten met een indirecte vrije schop voor de tegenpartij.

Vraag 5
Terwijl de bal de zijlijn heeft gepasseerd wil het team dat de inworp mag nemen een wisselspeler inbrengen. De gewisselde speler verlaat het speelveld en de wisselspeler loopt direct naar de plaats van de inworp, pakt de bal op die tegen de boarding ligt en gooit de bal vervolgens in. Is dit volgens de regels correct?

A. Ja, want een wisselspeler is definitief speler wanneer de uitgewisselde speler het speelveld heeft verlaten.
B. Ja, want de wisselspeler heeft toestemming gehad van de SR om het speelveld te betreden.
C. Neen, want de bal moet eerst door een medespeler gespeeld zijn.
D. Neen, want de wisselspeler heeft het speelveld nog niet betreden en mag de inworp nog niet nemen.

 

Antwoorden spelregelvragen januari ronde 5

Vraag 1: A

Vraag 2: B

Vraag 3: C

Vraag 4: B

Vraag 5: D

 

Spelregelvragen februari ronde 6

Vraag 1

Terwijl de bal in het spel is, spuwt de doelverdediger, die zich binnen het eigen strafschopgebied bevindt, een tegenstander, die zich buiten het strafschopgebied, maar binnen het speelveld bevindt, in het gezicht. Welke maatregelen moet de scheidsrechter nemen?
A. De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een strafschop.
B. Indirecte vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede het wegzenden van de doelverdediger.
C. Directe vrije schop op de plaats waar de doelverdediger zich bevond, alsmede een waarschuwing aan de doelverdediger.
D. De doelverdediger wordt van het speelveld gezonden en het spel wordt hervat met een directe vrije schop vanaf de plaats waar de tegenstander zich bevond, toen hij werd bespuwd.

 

Vraag 2
Speler A schiet op het doel van de tegenpartij. Op dat moment staat een medespeler van hem buitenspel, maar volgens de scheidsrechter niet strafbaar. Hij laat dan ook doorspelen. De ingeschoten bal wordt echter tegen de doelpaal geschoten en stuit voor de voeten van deze buitenspel staande medespeler, die vervolgens scoort. Wat beslist de scheidsrechter?
A. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de medespeler stond toen de bal door speler A werd ingeschoten.
B. Hij keurt het doelpunt goed en laat hervatten met een aftrap na geldig doelpunt.
C. Hij geeft een indirecte vrije schop wegens buitenspel op de plaats waar de buitenspel staande speler de bal in het doel schoot.
D. Hij keurt het doelpunt af en laat hervatten met een doelschop.

 

Vraag 3
Als tijdens het spel de bal wordt geschoten tegen de assistent-scheidsrechter die in het veld loopt en via hem uit het speelveld gaat, kan het spel op verschillende manieren hervat worden. Welke van de onderstaande mogelijkheden is niet juist?
A. Doelschop.
B. Scheidsrechtersbal.
C. Inworp.
D. Hoekschop.

 

Vraag 4
Een aanvaller heeft zich naast het doel buiten het speelveld begeven om zich zodoende aan buitenspel te onttrekken. Op het moment dat de doelverdediger de bal heeft opgevangen, komt deze speler weer het speelveld inlopen om te voorkomen dat de doelverdediger de bal uit zijn handen in het spel kan brengen. De scheidsrechter moet nu:
A. Door laten spelen.
B. De aanvaller een waarschuwing geven voor het zonder toestemming betreden van het speelveld en bestraffen met een directe vrije schop op de plaats waar hij ingreep in het spel. C. Een indirecte vrije schop toekennen aan de verdedigende partij en de aanvaller een waarschuwing geven.
D. De aanvaller alsnog bestraffen met een indirecte vrije schop wegens buitenspel en de aanvaller een waarschuwing geven.

 

Vraag 5
Na een beslissingswedstrijd moeten er strafschoppen worden genomen. De thuisspelende partij beëindigt de wedstrijd door blessures en een veldverwijdering met 9 spelers. Hoeveel spelers moeten zich nu tijdens het nemen van een strafschop ten minste in de middencirkel bevinden?
A. 15 spelers.
B. 16 spelers.
C. 17 spelers.
D. 18 spelers.

Antwoorden spelregelvragen februari ronde 6

Vraag 1: D

Vraag 2: C

Vraag 3: B

Vraag 4: B

Vraag 5: A

 

Spelregelvragen maart ronde 7

Vraag 1
De scheidsrechter heeft het spel onderbroken vanwege een inworp. Tijdens dit “dode” moment loopt een wisselspeler het speelveld in en beledigt de scheidsrechter. Welke maatregel(en) neemt de scheidsrechter tegen deze wisselspeler en hoe hervat hij het spel?
A. De wisselspeler wordt naar de bank verwezen, omdat hij niet aan het spel deelnam en het spel wordt hervat met een inworp.
B. De wisselspeler wordt door het tonen van de rode kaart van het veld verwijderd. Er mag voor hem geen andere wisselspeler komen. Het spel wordt hervat met een inworp.
C. De wisselspeler wordt naar de bank verwezen en het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.
D. De wisselspeler wordt van het veld verwijderd. Er mag voor hem geen andere wisselspeler komen. Het spel wordt hervat met een indirecte vrije schop.

Vraag 2
Tijdens een oponthoud meldt een te laat komende speler zich volgens de regels bij de scheidsrechter. Beiden staan dan binnen het speelveld. De scheidsrechter controleert het schoeisel van de betreffende speler en geeft hem op grond daarvan geen toestemming mee te doen. Daarop beledigt de speler de scheidsrechter. Wat beslist de scheidsrechter? A. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat een invaller toe, omdat het spel “dood” was, toen de scheidsrechter beledigd werd.
B. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat een invaller toe, omdat de speler nog niet meegespeeld had, toen hij de scheidsrechter beledigde.
C. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat de te laat komende speler geacht wordt deel uit te maken van zijn ploeg.
D. Hij zendt de speler van het speelveld, maar laat geen invaller toe, omdat dat nooit kan als iemand de scheidsrechter beledigt.

Vraag 3
Staande buiten het strafschopgebied slaat een verdediger een aanvaller, die in het strafschopgebied staat. Hoe reageert de scheidsrechter, als de bal op het ogenblik van slaan in het spel is?
A. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de plaats waar de slaande speler stond.
B. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een directe vrije schop op de lijn van het strafschopgebied.
C. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een strafschop.
D. Wegzending van de slaande speler door het tonen van de rode kaart en hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter het spel onderbrak.

Vraag 4
Een inwerpende speler laat de bal per ongeluk vallen. De scheidsrechter ziet dit. De bal komt bij een tegenstander terecht. Hoe reageert de scheidsrechter?
A. Hij laat doorspelen, omdat hij de voordeelregel toepast.
B. Hij onderbreekt het spel en laat de tegenpartij inwerpen.
C. Hij onderbreekt het spel en laat dezelfde partij opnieuw inwerpen.
D. Hij onderbreekt het spel en hervat het spel met een scheidsrechtersbal

Vraag 5
De scheidsrechter moet een wedstrijd tijdelijk onderbreken, als de tijd die verloopt tussen het zien van een bliksemflits en de daaropvolgende donderslag minder is dan: A. 8 seconden.
B. 15 seconden.
C. 12 seconden.
D. 10 seconden.

Antwoorden spelregelvragen maart ronde 7

Vraag 1: B

Vraag 2: C

Vraag 3: C

Vraag 4: C

Vraag 5: D

Spelregelvragen april ronde 8

Vraag 1.
Een directe vrije schop, genomen in het eigen strafschopgebied, wordt rechtstreeks in het eigen doel getrapt. De bal is daarbij buiten het strafschopgebied geweest. Wat moet de scheidsrechter beslissen?
a.  Doelpunt
b.  Doelschop
c.  Hoekschop
d.  Overnemen

Vraag 2.
Welke van de onderstaande overtredingen moet bestraft worden met een indirecte vrije schop?
a. Een toeschouwer betreedt het speelveld en grijpt in het spel.
b. Een speler valt een tegenstander aan met een gestrekt been vooruit.
c. Een speler duwt een tegenstander omver.
d. Een speler speelt met een hoog been en raakt daarbij de tegenstander niet

Vraag 3.
Twee tegenstanders trappen tegelijk de bal, waarna deze terechtkomt bij een strafbaar buitenspel zijnde speler van de aanvallende partij. Deze benut zijn kans en schiet de bal in het doel. Wat beslist de scheidsrechter?
a. Doelpunt toekennen.
b. Scheidsrechtersbal.
c. Hoekschop.
d. Buitenspel en doelpunt afkeuren.

Vraag 4.
De doelverdediger gooit de bal van binnen het eigen strafschopgebied opzettelijk en met kracht tegen een tegenstander aan, die binnen het speelveld, maar buiten het strafschopgebied staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Hoe wordt het spel hervat?
a. Met een indirecte vrije schop.
b. Met een scheidsrechtersbal.
c. Met een directe vrije schop.
d. Met een strafschop.

Vraag 5.
Bij het wegkoppen van een hoge voorzet komen twee verdedigers van team A ter hoogte van de strafschopstip met de hoofden tegen elkaar en blijven op de grond liggen. De scheidsrechter fluit onmiddellijk af en staat verzorging toe in het speelveld.  Hoe moet de scheidsrechter het spel voortzetten als de spelers na behandeling weer verder kunnen?
a. Hij stuurt beide spelers tijdelijk naar de kant en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken. Op een teken van de scheidsrechter mogen de spelers hierna weer terug in het speelveld.
b. Hij stuurt beide spelers tijdelijk naar de kant en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de spelers met de hoofden tegen elkaar kwamen. Op een teken van de scheidsrechter mogen de spelers hierna weer terug in het speelveld.
c. De spelers mogen op het speelveld blijven en de scheidsrechter hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
d. De spelers mogen op het speelveld blijven en de scheidsrechter hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de spelers met de hoofden tegen elkaar kwamen.

Antwoorden spelregelvragen april ronde 8

Vraag 1: C

Vraag 2: D

Vraag 3: D

Vraag 4: C

Vraag 5: C

Spelregelvragen mei ronde 9

Spelregelvraag 1
Een verdediger staande in zijn eigen strafschopgebied is het niet eens met de assistent-scheidsrechter, die niet vlagt voor buitenspel. Terwijl het spel doorgaat, laat hij dit duidelijk blijken door de assistent op grove wijze te beledigen. Welke acties zal de scheidsrechter moeten ondernemen?

A. Hij fluit af en toont de verdediger eerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een strafschop.
B. Hij fluit af en toont de verdediger eerst een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een indirecte vrije schop op de plaats waar de overtreding werd begaan.
C. Hij fluit af en toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een SR-bal op de plaats waar de bal was toen er werd afgefloten.
D. Hij fluit af en toont de verdediger een rode kaart en hervat het spel vervolgens met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was op moment van affluiten.

Spelregelvraag 2:
Een verdediger slaat, in een natuurlijke draaibeweging naar achteren, de bal met de elleboog weg. Hij kan de bal niet zien en slaat deze op de hiervoor beschreven wijze toevalligerwijze weg uit zijn eigen doelgebied. Wat beslist de scheidsrechter?

A. Strafschop en een waarschuwing
B. Strafschop en veldverwijdering wegens het ontnemen van een duidelijke scoringskans
C. Indirecte vrije schop op de lijn van het doelgebied wegens onsportief gedrag
D. Hij laat doorspelen, omdat de speler de bal niet opzettelijk met de elleboog raakt 

Spelregelvraag 3:
Een speler die buiten het veld aan een blessure is behandeld, kan de wedstrijd niet voortzetten. De wisselspeler die hem vervangt komt zonder toestemming van de scheidsrechter vanaf de bank het speelveld inlopen en begaat onmiddellijk een onbesuisde overtreding op een tegenstander. Hoe moet een scheidsrechter hier beslissen?

A. De speler begaat 2 overtredingen tegelijkertijd. Zonder toestemming betreden van het speelveld en de onbesuisde overtreding. De scheidsrechter toont hem twee keer een gele kaart en daarna rood en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
B. De scheidsrechter bestraft alleen de 1e overtreding, het zonder toestemming betreden van het speelveld, toont hem de gele kaart en hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
C. De scheidsrechter bestraft de meest ernstige overtreding en toont de wisselspeler een gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen hij affloot.
D. Scheidsrechter bestraft de ernstigste overtreding (onbesuisde overtreding) en toont de wisselspeler een gele kaart, en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar de overtreding werd begaan.

Spelregelvraag 4:
De doelverdediger spuwt tijdens het spel vanuit zijn eigen strafschopgebied, maar buiten het doelgebied, naar een aanvaller die achter de doellijn staat. De scheidsrechter onderbreekt hiervoor het spel. Wat beslist de scheidsrechter?

A. De doelverdediger wegzenden en een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de plaats waar de bal was, toen het spel werd onderbroken.
B. De doelverdediger wegzenden en een strafschop voor de aanvallende partij.
C. De doelverdediger wegzenden en een scheidsrechtersbal op de doellijn ter hoogte van de aanvaller.
D. De doelverdediger wegzenden en een indirecte vrije schop voor de aanvallende partij op de doellijn ter hoogte van de aanvaller

Spelregelvraag 5:
Een speler bevindt zich voor een blessurebehandeling buiten het speelveld aan de zijlijn. Vanuit die positie beledigt hij een tegenstander, die binnen het speelveld loopt op grove wijze, omdat die speler hem de blessure heeft bezorgd. De scheidsrechter hoort dit en onderbreekt het spel. Hij toont de speler de rode kaart. Hoe wordt het spel nu hervat?

A. met een directe vrije schop op de plaats van de overtreding
B. met een scheidsrechtersbal op plaats van de bal bij affluiten
C. met een indirecte vrije schop op plaats van de bal bij affluiten
D. met een indirecte vrije schop op de zijlijn.

Antwoorden spelregelvragen mei ronde 9

 

Het antwoord op vraag 1 had B moeten zijn:
Omdat hier sprake is van een niet  fysieke overtreding maar beledigen, is de straf een indirecte vrije schop. De grove belediging betekent wel een rode kaart voor de overtreder.  

 Het antwoord op vraag 2 had D moeten zijn:
Hands is strafbaar als de speler de bal opzettelijk raakt met de hand. En dat is in dit voorbeeld niet het geval. Dus gewoon doorspelen.

 Het antwoord op vraag 3  had A moeten zijn:
Hier worden twee overtredingen gemaakt. Eerst het zonder toestemming betreden van het veld en dan gelijk een onbesuisde overtreding op de tegenstander. Voor beide zaken dient de gele kaart getoond te worden en bij het tonen van de 2e gele kaart volgt de rode kaart. Voor de ernstigste overtreding dient nu een spelhervatting te geschieden en dat was de onbesuisde overtreding op de tegenstander en daarvoor is de spelhervatting een directe vrije schop op de plaats van de overtreding.

Het antwoord op vraag 4 had B moeten zijn: 
Spuwen van een tegenstander is altijd rood. Als de bal in het spel is en een speler begaat een overtreding tegen een tegenstander buiten het speelveld, dan wordt het spel hervat met een strafschop als dit een overtreding is waarvoor een directe vrije schop moet worden toegekend. Dus strafschop (pagina 51 onderaan).

Het antwoord op vraag 5 had D moeten zijn: 
indirecte vrije schop wordt toegekend indien een speler zich schuldig maakt aan het geven van commentaar, het gebruiken van grove, beledigende of ongepaste taal en/of gebaren of andere verbale overtredingen maakt.

 

Spelregelvragen juni ronde 10

 

Spelregelvraag 1:
Halverwege de speelhelft van de verdedigende partij lopen een aanvaller en een verdediger achter de bal aan. Als zij in duel gaan om de bal te bemachtigen, komen beide spelers buiten de zijlijn terecht en daar maakt de verdediger een te late tackle, zonder daarbij het gevaar of de gevolgen voor de tegenstander in ogenschouw te nemen. De bal blijft binnen de lijnen van het speelveld. Wat zal de beslissing moeten zijn?

A. Hij hervat het spel met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen hij affloot en toont de verdediger een gele kaart.
B. Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de zijlijn, het dichtst bij de plaats waar de overtreding gebeurde een toont de overtreder de gele kaart.
C. Hij hervat het spel met een indirecte vrije schop, omdat de overtreding buiten het speelveld plaatsvond en toont de verdediger de gele kaart.
D. Hij hervat het spel met een directe vrije schop op de zijlijn, het dichtst bij de plaats waar de overtreding gebeurde.

 

Spelregelvraag 2:
De doelverdediger mag een doelschop nemen. Omdat hij dit snel wil doen, werpt hij de bal vanuit zijn handen op de grond en als deze nog rolt, maar nog wel binnen het doelgebied is, trapt hij de bal correct het spel in. Is dit geoorloofd?

A. Ja dat is geoorloofd, want de bal was volgens de regel nog in het doelgebied toen deze getrapt werd.
B. Neen dat is niet geoorloofd, want bij het nemen van een doelschop moet de bal stilliggen.
C. Neen dat is niet geoorloofd, want de bal lag niet stil op de horizontale lijn van het doelgebied.
D. Dit is wel geoorloofd, want de doelschop mag op elke willekeurige plaats vanuit het doelgebied genomen worden.

 
Spelregelvraag 3:
Na welke van de onderstaande overtredingen moet het spel hervat worden met een scheidsrechtersbal?

A. Een speler gooit een voorwerp vanuit zijn eigen strafschopgebied naar een tegenstander die binnen dit strafschopgebied staat.
B. Een speler gooit een voorwerp vanuit zijn eigen strafschopgebied naar een tegenstander die buiten dit strafschopgebied en binnen het speelveld staat.
C. Een speler gooit een voorwerp vanuit zijn eigen strafschopgebied naar een toeschouwer die het speelveld op komt lopen.
D. Een speler, die buiten het speelveld staat, gooit een voorwerp naar een tegenstander die binnen het speelveld staat.

 

Spelregelvraag 4:
Tijdens het spel begaat een aanvaller een fysieke overtreding binnen het speelveld tegen een assistent-scheidsrechter. Hoe zal het spel hervat worden nadat de scheidsrechter het spel heeft onderbroken en de aanvaller een rode kaart heeft getoond?

A. Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats van de overtreding.
B. Hij laat het spel hervatten met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.
C. Hij laat het spel hervatten met een directe vrije schop op de plaats van de overtreding.
D. Hij laat het spel hervatten met een scheidsrechtersbal op de plaats waar de bal was toen het spel werd onderbroken.

 

Spelregelvraag 5:
Een wisselspeler komt zonder toestemming van de scheidsrechter vanaf de bank het speelveld inlopen en begaat onmiddellijk een onbesuisde overtreding op een tegenstander, waarop als spelstraf een directe vrije schop staat. Hoe moet een scheidsrechter hier volgens de regels handelen?

A. De speler begaat 2 overtredingen tegelijkertijd. Zonder toestemming betreden van het speelveld en de onbesuisde overtreding. De scheidsrechter toont hem 2x een gele kaart en daarna rood en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter affloot.
B. De scheidsrechter bestraft alleen de 1e overtreding, het zonder toestemming van de scheidsrechter betreden van het speelveld, toont hem de gele kaart en hervat het spel met een indirecte vrije schop op de plaats waar de bal was toen de scheidsrechter affloot.
C. De scheidsrechter bestraft de ernstigste overtreding en toont de wisselspeler een gele kaart en hervat het spel met een directe vrije schop op de plaats waar die overtreding werd begaan.
D. De scheidsrechter bestraft beide overtredingen en toont de wisselspeler 2x een gele kaart en daarna de rode kaart en hervat het spel wegens de ernstigste overtreding (onbesuisde overtreding) met een directe vrije schop op de plaats waar die overtreding werd begaan.